Constructief empirisme en waarneembaarheid
Summary
Twee aanvallen op het constructief empirisme en bijbehorende tweedeling tussen het waarneembare en het onwaarneembare zijn hardnekkig gebleken. De eerste aanval wijst op een inconsistentie van de tweedeling binnen het (constructief) empirisme. De tweede aanval betwijfelt de epistemologische relevantie van de grens. Wat betreft de consistentie argumenteer ik dat de wijziging die onder druk van Musgraves probleem in het constructief empirisme is gemaakt (Muller en van Fraassen 2008) niet nodig is. Bovendien hoeft de wetenschapsopvatting, contra Ladyman (2004), geen beroep op modale metafysica te doen. De aanval op de epistemologische relevantie is vaak gericht op een rechtvaardigingsstrategie waarin de wetenschapsopvatting wordt gepresenteerd als de opvatting die met minimale kennisclaims volledig recht doet aan de wetenschapspraktijk (Alspector-Kelly 2006). Deze presentatie is niet correct en ik suggereer een manier waarop de tweedeling beter kan worden verdedigd.