'... dat ik door deze vertaling mijnen landgenoten geen' onaangenamen dienst deed'. Twee vertalingen van Betje Wolff en Anna Barbara van Meerten-Schilperoort tegen de achtergrond van het Nederlandse vertaaldiscours in de tweede helft van de achttiende en de eerste helft van de negentiende eeuw.
Summary
In deze vertaalhistorische scriptie staan twee vertalingen van Betje Wolff en Anna Barbara van Meerten-Schilperoort centraal. Deze worden geanalyseerd tegen de achtergrond van enerzijds het vertaaldiscours van de tweede helft van de achttiende en de eerste helft van de negentiende eeuw, waarin in die periode een verschuiving plaatsvond, en anderzijds het vrouwelijk vertalerschap. Door hun interne en externe vertaalpoëtica met elkaar te confronteren, wordt de vraag beantwoord hoe de twee vertaalsters zich ten opzichte van het vertaaldiscours positioneerden.