Het Friese cognaatgebruik bij tweetalige kinderen
Summary
Het Nederlands en het Fries zijn verwant aan elkaar, dus de talen bevatten veel cognaatparen, woorden die in vorm en functie overeenkomen. Ook bestaan er conversieregels die van een Nederlands woord een Fries woord kunnen maken. Door deze twee feiten gebruiken Friestaligen steeds minder vaak non-cognaten als zij Fries spreken. Hoe vaak tweetalige kinderen non-cognaten in het Fries gebruiken en of dat veranderd is na een jaar van vooral Nederlands onderwijs onderzoek ik in deze scriptie. Het blijkt dat de kinderen erg weinig non-cognaten gebruiken (±4,5%) en dat dit percentage na een jaar ook nog gedaald is. Het absolute percentage non-cognaten wordt wel hoger, maar dit wordt verklaard door de groeiende woordenschat van de kinderen. Het cognate facilitation effect, wat inhoudt dat kinderen cognaten sneller herkennen dan non-cognaten, zou hier van invloed kunnen zijn.