Show simple item record

dc.rights.licenseCC-BY-NC-ND
dc.contributor.advisorEveraert, M.B.H.
dc.contributor.authorHoek, A. van der
dc.date.accessioned2017-09-04T17:03:21Z
dc.date.available2017-09-04T17:03:21Z
dc.date.issued2017
dc.identifier.urihttps://studenttheses.uu.nl/handle/20.500.12932/27240
dc.description.abstractHet Nederlands en het Fries zijn verwant aan elkaar, dus de talen bevatten veel cognaatparen, woorden die in vorm en functie overeenkomen. Ook bestaan er conversieregels die van een Nederlands woord een Fries woord kunnen maken. Door deze twee feiten gebruiken Friestaligen steeds minder vaak non-cognaten als zij Fries spreken. Hoe vaak tweetalige kinderen non-cognaten in het Fries gebruiken en of dat veranderd is na een jaar van vooral Nederlands onderwijs onderzoek ik in deze scriptie. Het blijkt dat de kinderen erg weinig non-cognaten gebruiken (±4,5%) en dat dit percentage na een jaar ook nog gedaald is. Het absolute percentage non-cognaten wordt wel hoger, maar dit wordt verklaard door de groeiende woordenschat van de kinderen. Het cognate facilitation effect, wat inhoudt dat kinderen cognaten sneller herkennen dan non-cognaten, zou hier van invloed kunnen zijn.
dc.description.sponsorshipUtrecht University
dc.format.extent527409
dc.format.mimetypeapplication/pdf
dc.language.isonl
dc.titleHet Friese cognaatgebruik bij tweetalige kinderen
dc.type.contentBachelor Thesis
dc.rights.accessrightsOpen Access
dc.subject.keywordsCognaten, non-cognaten, cognate facilitation effect, tweetaligheid, Fries, Nederlands
dc.subject.courseuuTaalwetenschap


Files in this item

Thumbnail

This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record