Kunstgeschiedenis in beeld en woord. De methode van Séroux d' Agincourt en de kunstgeschiedschrijving in de achttiende eeuw.
Summary
Vanaf 1750 ging de overtuiging verloren, dat beelden volledig in woorden konden worden gevat, op hetzelfde moment dat kunstgeschiedenis als classificerende, later ook interpreterende, historisch werkende wetenschap ontstond. Vanaf dat moment was de kunsthistorische tekst erop aangewezen met afbeeldingen te worden uitgerust. Dit had tot gevolg dat er een veelvoud van vormen in het geïllustreerde kunstboek ontstonden waarin de verhouding tussen tekst en illustraties sterk varieerde.In deze thesis wordt getracht het monumentale zesdelige foliowerk van Séroux d'Agincourt, 'Histoire de l'Art par les Monumens depuis sa décadence au IVe siècle jusqu'à son renouvellement au XVIe siècle', zijn plaats in de achttiende-eeuwse kunstgeschiedschrijving te geven vanuit toenmalige ontwikkelingen in de wetenschap. Hierbij wordt aandacht besteed aan de in het werk gehanteerde methode gekoppeld aan de hierin opgenomen reeksen afbeeldingen waarbij het doel van het onderzoek is argumentatievormen en structuren in hun wetenschappelijke rol te vatten. Voornamelijk voorbeelden uit het onderdeel 'Sculpture' van het werk worden ter illustratie gebruikt omdat daar tot nu toe relatief weinig aandacht aan is besteed. De gehanteerde methode in deze sectie wordt geanalyseerd om te kunnen constateren welke technieken van afbeelden en schrijven D'Agincourt heeft gebruikt en waarvoor, en hoe efficiënt deze zijn om zijn doel te bereiken. Zijn deze vergelijkbaar met die uit de andere twee secties van het werk?