Van gas naar geschiedenis? De productielocaties van het Groningenveld als erfenis
Summary
In dit onderzoek wordt onderzocht in hoeverre er erfgoedwaarden kunnen worden toegedicht aan de productielocaties van het Groningenveld. Er wordt hier gesproken van het toedichten van erfgoedwaarden om het procesmatige karkater van erfgoed recht te doen. Erfgoed is geen optelsom maar de uitkomst van een complex proces met verschillende actoren. Om dit voor het Groningenveld te onderzoeken wordt eerst een overzicht gegeven van de opkomst en waarderingsgeschiedenis van industrieel erfgoed. Er wordt ook nog stil gestaan bij recente ontwikkelingen binnen het onderzoeksveld van erfgoed die van toepassing zijn op het Groningenveld. Zo zijn de productielocaties door de aardbevingen, bodemdaling en schade als gevolg van de gaswinning te zien als 'moeilijk', 'dissonant' of 'difficult' erfgoed. Daarnaast past het ook in de recente invalshoek van 'fossiel' erfgoed of erfgoed van het 'Antropoceen' waarin de periode waarin de mens invloed heeft op geologische schaal als een nieuwe (en eindigende) periode wordt gezien, een periode vooral gekenmerkt door de grootschalige toepassing van fossiele brandstoffen, een ontwikkeling die binnenkort moet eindigen. Hiermee worden de productielocaties van fossiele brandstoffen functieloos en is het dus de vraag wat hiermee moet gebeuren.
Eerst wordt een overzicht gegeven van de geschiedenis van de gaswinning en de productielocaties van het Groningenveld. Vervolgens wordt om een speculatief antwoord te geven op het toekomstige 'erfgoedproces' hiervan het meervoudig of multi-level perspectief toegepast, een methode om (het uitblijven van) veranderingen te verklaren aan de hand van drie niveaus; landschap (macro; van geologie tot economie en cultuur), regime (meso; in dit geval bijvoorbeeld de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) en niche (vrijplaatsen waar innovatie plaats kan vinden). Met dit perspectief wordt gekeken naar de erfgoedprocessen van de kolenwinning in Limburg en de oliewinning rond Schoonebeek. In Limburg is het mijnbouwerfgoed in korte tijd vrijwel geheel gesloopt door een lokale elite die aan een schone lei wilden beginnen. Aanvankelijk sloot dit mogelijk aan bij een behoefte om leed te vergeten, maar vanaf de jaren negentig ontstond er een bijna unanieme spijt en herwaardering van de laatste snippers mijnerfgoed.
Rond Schoonebeek is geen sprake van 'moeilijk erfgoed', de oliewinning bracht welvaart en werk en ging gepaard met minimale overlast, die rijkelijk werd gecompenseerd. De opzet en ontmanteling van de winning is echter geheel vergelijkbaar met die van het Groningenveld. Hoewel de jaknikkers als positieve symbolen en bijzondere landschapselementen werden gewaardeerd ontmantelde de NAM ze toch bijna allemaal uit economische en contractuele overwegingen. Eén jaknikker werd behouden als rijksmonument en een lokale bewoners is zelfs actief bezig om jaknikkers terug te halen naar het gebied. De NAM sponsort bovendien de plaatsing van één jaknikker in het Openluchtmuseum, getuigend van beleid voor de erfenis van het bedrijf.
De vergelijking met Limburg laat zien dat juist het behouden van 'moeilijk' erfgoed een manier kan zijn om trauma's te verwerken. Schoonebeek laat zien dat ontmanteling door de NAM snel kan gebeuren. Er zijn verschillende erfgoedwaarden toe te schrijven aan de productielocaties en verschillende vormen te bedenken die elk bepaalde waarden vooropstellen, maar misschien moet de grootste conclusie zijn dat een erfgoedproces niet al meteen in de kiem moet worden gesmoord door een grootschalige ontmanteling of één behoudsvorm. Wachtend op een geschikte omgang met deze erfenis is het misschien beter om niets te doen en de productielocaties, die als hondenuitlaatplek al een functie hebben, en het definitieve einde van de gaswinning even te laten rusten, om het beste besluit te nemen.