"Niet over ons, maart met ons." Het slavernijdebat in caribisch perspectief.
Summary
Deze masterscriptie beoogt het slavernijdebat op Aruba, Bonaire en Curaçao te duiden. Ten grondslag van dit onderzoek ligt het idee dat de ABC-eilanden de subalterne rol vervullen binnen het Nederlandse slavernij discours. Dit betekent dat de verhalen en de kennis vanaf de eilanden ondergeschikt zijn aan het academische veld wat zich voornamelijk gevormd heeft rondom de plantageslavernij in Suriname. Door de eilanden ieder voor zich te behandelen, geeft dit onderzoek een stem aan de postmemory van de subalterne binnen het Nederlandse discours.
De methodologie bevat een analyse van Antilliaanse opiniestukken. Deze analyse bouwt verder op een eerder geschetst historisch kader, wat zowel de geschiedenis als de huidige erfgoedpraktijken verkent. De bevindingen tonen aan dat er per eilanden verschillende sentimenten zijn ten opzichte van het slavernijverleden, maar ook van de huidige ontwikkelingen rondom excuses en herstel. Zo is Bonaire voornamelijk bezig met de rekolonisatie vanuit Nederland en terwijl Aruba zich verzet tegen het slavernijverleden, lijk Curaçao zich steeds meer te identificeren met dit verleden. Deze uitkomsten worden verbonden aan bestaande internationale ontwikkelingen en debatten, die laten zien dat de ontwikkelingen in ABC-eilanden overeenkomen met andere voormalige koloniën met een slavernijverleden.
Dit onderzoek concludeert dat de verschillen in geschiedenis bijdragen aan de identiteitsvorming van de eilanden en daardoor ook de hoedanigheid van het bestaan van een slavernijdebat. Een overeenkomst in op internationaal gebied, laat zien dat onafhankelijkheid hier bevorderend voor kan zijn. Hierdoor zijn er grote onderlinge verschillen te ontdekken, wat duidelijk maakt dat het slavernijdebat niet voldoet aan een one size fits all principe. Dit onderzoek draagt bij aan een beter begrip van wat een slavernijdebat behelst en hoe deze per land kan verschillen.