Zolang je haar maar goed zit
Summary
Het verlangen om een overleden dierbare te koesteren is al eeuwenoud. Rouwsieraden zijn door de jaren heen steeds geëvolueerd, met verschillende trends die kwamen en gingen. Een opvallende trend uit het begin van de negentiende eeuw was het gebruik van het haar van de overledenen in rouwsieraden. Dit onderzoek naar rouwsieraden met haar vormt een aanvulling op het overzicht van de romantiek in de Nederlandse rouwcultuur van de negentiende eeuw. Hierbij hebben industriële en sociale ontwikkelingen invloed gehad op de nieuwe sociale lagen in de maatschappij. Met name de werkende vrouw speelt hierin een bijzondere rol. Dit onderzoek maakt gebruik van een breed scala aan bronnen, waaronder boeken, tijdschriftartikelen, internetartikelen, en ongepubliceerde bronnen zoals interviews en mailcorrespondentie.
In het negentiende-eeuwse Europa bloeide de romantiek op als tegenreactie op de industrialisatie en de Verlichting. Men legde de nadruk op emotie, verbeelding, individuele expressie, en het verlangen naar de natuur. Beïnvloed door wereldlijke, geestelijke, medische en sociale factoren ontstond tijdens de romantiek een bijzonder uitgebreide rouwcultuur. De dood was nabij en de rouwperiode werd langer, met meer ruimte voor verdriet. Nabestaanden namen een centrale rol in en richtten zich op herdenking volgens de laatste mode, los van religieuze verplichtingen. Een onderdeel van dit seculiere rouwritueel waren rouwsieraden, waarbij menselijk haar werd toegepast.
Deze sieraden ontstonden uit een behoefte aan rouwrituelen en ze vertonen christelijke
kenmerken die vergelijkbaar zijn met relikwieën. Het gebruik van haar in sieraden fungeerde
als een vorm van taal, passend binnen het romantische perspectief van deze tijd. In deze
sieraden kwam de herinnering aan en het gemis van de overledene naar voren, wat de angst
voor de dood verdrong. Dit is terug te zien in de classicistische symboliek en het gebruik van
wit, in plaats van zwart, in de haarsieraden.
Ondanks dat het dragen van deze sieraden niet een verplicht onderdeel was van de rouwkleding voor vrouwen, fungeerden ze vooral als een vorm van rouwverwerking en tijdverdrijf. Het betrof voornamelijk vrouwen uit de hogere klassen, die tijdens de rouwperiode doorgaans niet actief mochten deelnemen aan het sociale leven vanwege de toenmalig geldende etiketten. Vrouwen leerden dit ambacht vaak via tijdschriften, wat duidt op een verandering in de manier waarop kennis werd verspreid en de mate van betrokkenheid van vrouwen bij handarbeid. Zowel amateurs als ambachtslieden gebruikten dezelfde bronnen voor het maken van deze sieraden. Hieruit blijkt dat de economische waarde van rouwsieraden vaak belangrijker was dan de vakbekwaamheid van de maker.
Binnen kunsthistorisch onderzoek is het produceren van haarwerk tot op heden beperkt bestudeerd omdat het enkel gezien werd als huisvlijt. Het werd niet verheven tot een hogere kunstvorm zoals wel is gedaan bij andere ambachtstechnieken tijdens de arts-andcraftsbeweging. Het gebruik van haar in rouwsieraden nam na verloop van tijd af in de Westerse rouwcultuur. Om licht te werpen op iconografie, regionale esthetiek, materiaalgebruik, variaties en nadruk te leggen op de vrouwelijke dragers van rouwsieraden, zal in dit onderzoek gebruik gemaakt worden van relevante casestudies. Deze casestudies tonen de gender gerelateerde aspecten aan die uiteengezet worden in dit onderzoek.
Samenvattend toont dit onderzoek aan dat rouwsieraden, specifiek die met menselijk haar, een belangrijk cultureel fenomeen waren in de negentiende eeuw. Deze kunstvorm markeert het begin van de normalisering van de sociale positie van de werkende Nederlandse vrouw. Door de beperkte literatuur en het ontbreken van herkomstinformatie in museumcollecties wordt het belang voor vervolgonderzoek benadrukt.