Heeft de Europese Unie een levensvatbare wijze van bestuur?
Summary
In dit onderzoek staat de vraag of er overeenkomsten zijn in het staatsbestel tussen het Heilige Roomse Rijk in de periode 1356-1555 en de Europese Unie ten tijde van 1992 en wat vertellen die overeenkomsten ons over de levensvatbaarheid van de EU centraal? Er wordt met vier factoren: a) de status van de lidstaten b) de relatie tussen de eenheden c) hun relaties tot een ‘centrum’ en tot slot d) hun relatie tot externe systemen en actoren, een analyse gemaakt van de levensvatbaarheid van het staatsbestel van het HRR en de EU. Deze factoren zijn afkomstig van Peter Haldén. Er wordt gekeken naar drie verdragen, de Gouden bul van 1356, de Godsdienstvrede van Augsburg van 1555 en tot slot het Verdrag van Maastricht van 1992. Op basis van de analyse kan gesteld worden dat de theorie van Haldén bevestigd wordt en dat de EU levensvatbaarder is dan het HRR. In veel van de categorieën scoort de EU beter dan het HRR. Daarmee wil nog niet gezegd worden dat de EU daarmee een bestuursvorm is die net zo lang kan bestaan als het HRR dat kon. Er zijn altijd externe systemen of actoren die dat kunnen bedreigen. Zo werd met het Verdrag van Maastricht de weg vrijgemaakt voor een uitbreiding in de breedte van de EU maar nam daarmee de politisering toe. Voor het systeem dat wilde voortbestaan was de nieuwe balans ongunstiger maar verzekerde dat wel haar voortbestaan. Dat de EU beter scoort dan het HRR is geen signaal aan de EU om op haar lauweren te gaan rusten. Als de EU de levensvatbaarheid verder wil verbeteren zullen er aanpassingen nodig zijn.