Oostelijke faseverschuiving planetaire golven als oorzaak of gevolg van zonaal asymmetrische klimaatopwarming op gemiddelde breedtegraad van het noordelijk halfrond in april
Summary
De temperatuur in West-Europa stijgt in april sneller dan jaargemiddeld. Bovendien warmt WestEuropa in april sneller op dan andere gebieden op dezelfde breedtegraad, zoals Oost-Canada. In dit
verslag bespreek ik of een toename van zuidelijke wind door versterking of oostelijke verschuiving
van de trog van planetaire golven rond West-Europa als consequentie van veranderde
sneeuwbedekking een oorzaak of gevolg is van de zonaal asymmetrische opwarming en de versterkte
opwarming in april van West-Europa. Met behulp van hoofdcomponentanalyse blijkt er een zwak
statistisch verband te zijn tussen (i) de temperatuur in West-Europa en de sneeuwbedekking op
Eurazië en (ii) de temperatuur in Oost-Canada en sneeuwbedekking op Noord-Amerika. Door het
weergeven van de zonaal gemiddelde v-component van de wind in april als functie van de
lengtegraad, volgt dat er sprake is van een oostelijke verschuiving van het de trog boven de
Atlantische oceaan. Er is geen tot weinig verschuiving van de trog in Oost-Canada. Daardoor is er
sprake van meer zuidelijke wind in april in West-Europa. Door het bepalen van de lokale tijdafgeleide
van de temperatuur blijkt echter dat de term afhankelijk van de meridionale snelheid juist afneemt
met de tijd voor West-Europa. Zo volgt dat er sprake is van een longitudinaal homogenere
temperatuurverdeling met de jaren waardoor de zuidelijke wind als gevolg van oostelijke
verplaatsing van de trog niet de oorzaak kan zijn van de versterkte temperatuurtoename in WestEuropa in april. Wel is er in april een toename gemeten van de verticale windsnelheid in De Bilt en
Goose, welke wel een bijdrage levert aan de toegenomen temperaturen in april ten opzichte van het
jaargemiddelde.