‘Bij mij kun je logeeren'. Brieven van Breitner aan Witsen: afspiegeling van een gelijkwaardige vriendschap
Summary
De goede vrienden George Hendrik Breitner en Willem Witsen hebben tientallen jaren (tussen 1889 en 1921) met elkaar gecorrespondeerd. De brieven van Breitner aan Witsen zijn bewaard gebleven. Het bestaande beeld van de verhouding tussen de twee kunstenaars is dat ze heel verschillende persoonlijkheden waren en dat Witsen Breitners steun en toeverlaat was. De hoofdvraag van het onderzoek is: in hoeverre werpen deze brieven nieuw licht op de artistieke en persoonlijke verhouding van deze tegengestelde persoonlijkheden?
De brieven nuanceren het in de literatuur veelvuldig geschetste beeld van Breitner die doorlopend door zijn trouwe vriend Witsen werd geholpen.
De veranderende visie op en speciale waardering voor het kunstenaarschap in de negentiende eeuw hebben er toe geleid dat het kunstenaarsberoep wat geromantiseerd werd. Dit zou ook een rol gespeeld kunnen hebben bij bovenstaand beeld in de literatuur van de verhouding tussen Breitner en Witsen. Mogelijk is dat dus ook wat geromantiseerd en moet dit beeld op basis van de brieven enigszins worden bijgesteld. Die brieven waren immers bedoeld voor privégebruik en juist in brieven aan levenslange, echte vrienden is het mogelijk om openhartig te zijn. Dat maakt deze brieven des te waardevoller. Op basis daarvan wordt aannemelijk gemaakt dat hun verhouding gelijkwaardiger was dan tot nu toe in de literatuur beschreven. Breitner heeft op veel vlakken wat teruggedaan. Witsen was wat minder degelijk en Breitner wat zorgzamer in de brieven dan te verwachten was op basis van de literatuur. De brieven geven zodoende een genuanceerder beeld van hun onderlinge verhouding. De conclusie luidt dan ook dat het zeer aannemelijk is dat dat hun verhouding gelijkwaardiger was dan tot nu toe in de literatuur beschreven. Ook Breitner steunde Witsen immers als vriend.