De Rol van Taakaversie in de Relatie tussen Zelfcontrole en Gewoontes
Summary
De trait zelfcontrole wordt begrepen als het vermogen om doorgaans ongewenste gewoontes of impulsen te inhiberen en het eigen gedrag te richten op het gewenste (meestal lange-termijn) doel, goede gewoontes bijvoorbeeld. Huidig onderzoek hiernaar heeft zich vooralsnog niet gericht op de invloed van de ervaring van de taak. We onderzoeken in twee studies of taakaversie een mediërende rol speelt in de relatie tussen zelfcontrole en al bestaande gewoontes (Studie 1) en nog aan te leren gewoontes (Studie 2). Naar verwachting laten de resultaten zien dat zowel zelfcontrole als taakaversie voorspellers zijn van al bestaande eet- en studiegewoontes, maar dat de relatie tussen zelfcontrole en eet- en studiegewoontes volledig gemedieerd wordt door taakaversie (Studie 1). Omdat bestaande gewoontes automatisch worden uitgevoerd en er daarom mogelijk geen sprake is van zelfcontrole, bekijken we of dit effect ook blijkt bij het aanleren van een gewoonte. Ook volgens verwachting blijkt zowel zelfcontrole als taakaversie een voorspeller te zijn van nog aan te leren eet- of studiegewoontes, maar dat de relatie tussen zelfcontrole en eet- of studiegewoontes gemedieerd wordt door taakaversie (Studie 2). Mogelijk mooie bevindingen in onze strijd om goede gewoontes na te streven. Vervolgonderzoek zal deze bevindingen moeten verstevigen.