Leeshandelingen in het voortgezet onderwijs. Een onderzoek naar de invloed van het toepassen van leeshandelingen op resultaat.
Summary
In dit onderzoek wordt nagegaan of het toepassen van leeshandelingen tijdens het maken van een Nederlands examentekst van invloed zijn op resultaat. Ook is er nagegaan of de mate van interesse van invloed is op het effect van leeshandelingen. Aan de hand van een corpusanalyse wordt onderzocht welke van de leeshandelingen koppen snellen, begin-einde-alinea, sleutelfragmenten en scharnierwoorden het meest voorkomen in de lesmethode Nieuw Nederlands en de eindexamens van 2015 en het eerste blok van 2016. De leeshandelingen die behoren tot de leesstrategie intensief lezen, sleutelfragmenten en scharnierwoorden, komen het vaakst voor in zowel de lesmethode als in de examens. De resultaten van de corpusanalyse zijn toen verwerkt in een instructie die informatie bevat over hoe een scholier de leeshandelingen correct moet toepassen. Aan de hand van een experiment onder 76 scholieren uit leerjaar vijf van het vwo blijkt dat er een significant beter resultaat wordt gehaald bij vragen over sleutelfragmenten door scholieren met een instructie over leeshandelingen. De mate van interesse van een scholier blijkt niet van invloed te zijn op het effect van leeshandelingen. Een suggesties voor vervolgonderzoek is het toepassen van tijdsdruk aan het experiment om de setting zo realistisch mogelijk te maken.