De thresholdhypothese en de invloed van intelligenie en creativiteit op sociaal gedrag
Summary
Er is geen consensus over de invloed van intelligentie en creativiteit op het sociale gedrag van
hoogbegaafde kinderen. Om de invloed op sociaal gedrag te begrijpen is het belangrijk de relatie tussen intelligentie en creativiteit te begrijpen, die wordt beschreven met de thresholdhypothese. In het huidige onderzoek zijn de relaties tussen creativiteit, intelligentie en sociaal gedrag onderzocht bij 452 kinderen in groep 6, 7 en 8. De intelligentie, in termen van deductieve redenatie, van de kinderen is gemeten met de Raven's Standard Progressive Matrices (Raven). Creativiteit, oftewel het divergent denken, is gemeten met de Torrance Tests of Creative Thinking (TTCT) en de Test for Creative Thinking - Drawing Production (TCT-DP). Het sociale gedrag is bepaald aan de hand van de inschatting van de leerkracht en 10 items van de Strengths and Difficulties Questionnaire (SDQ) ingevuld door de ouders. Er geen relatie gevonden tussen intelligentie en creativiteit zoals wordt verwacht in de thresholdhypothese. Er is geen voorspellende kracht van intelligentie en creativiteit op het sociale gedrag van kinderen binnen deze steekproef. De meetmethode van intelligentie en creativiteit kunnen hierbij van invloed zijn. Zowel creativiteit (divergent denken) als intelligentie (deductieve redenatie) houden geen verband te hebben met sociaal gedrag. De concepten sociale intelligentie en sociale creativiteit zouden wel voorspellend kunnen zijn voor sociaal gedrag.