Een onderzoek naar de invloed van drie verschillende beoordelingsmethoden in het mbo.
Summary
In deze studie is met behulp van een experiment onderzocht welke invloed de manier van beoordelen heeft op de taakbeleving, ervaren autonomie, ervaren competentie, de bruikbaarheid van feedback en de docent- en studentervaringen over de bruikbaarheid van de beoordeling. De drie onderzochte beoordelingsmethoden zijn rubrics, de studentbetrokkenheid bij het opstellen van beoordelingscriteria en een controleconditie. In totaal zijn bij 72 studenten zowel kwantitatieve data (vragenlijsten) als kwalitatieve data (aanvullende vragen studenten en interview met de docent) verzameld. Uit de kwantitatieve analyses blijkt dat de bruikbaarheid van feedback, de mate van ervaren autonomie en competentie en taakbeleving niet significant verschillen tussen de drie condities. Deze resultaten komen niet overeen met de verwachtingen van het onderzoek. Ondanks het ontbreken van verschillen tussen de condities in de kwantitatieve data is wel duidelijk dat de docent de rubric een bruikbare beoordelingsmethode vindt en dat studenten beide nieuwe beoordelingsmanieren accepteren en waarderen. Verder laat het onderzoek zien dat experimenteren met beoordelingsmethoden kan leiden tot bewustwording bij docenten over het belang van een duidelijke en transparante beoordelingsmethode. In vervolgonderzoek kan onderzocht worden wat de invloed is van het gekregen cijfer op de waardering van de beoordelingsmethode.