Verlichte samenwerking De deugd van het verlichte eigenbelang in de liberale coöperatiegedachte tussen 1865 en 1975
Summary
De tegenwoordige discussie over economische ongelijkheid gebied ons na te denken over nieuwe vormen van verdeling van de welvaart. De ondernemingsvorm waarbij de deelnemers zelf eigenaar zijn van het bedrijf, de coöperatie, biedt de mogelijkheid tot een vorm van predistributie van de welvaart. De coöperatie lijkt alleen nog niet in de politiek te hebben postgevat. Dit paper onderzoekt een periode waarin de coöperatiegedachte wel had postgevat, maar niet tot een praktisch succes kwam. Tussen 1865 en 1875 probeerden politieke hervormers een antwoord te vinden op de Sociale Kwestie. De liberalen hadden daarin een grote uitdaging, omdat zij geconfronteerd werden met hun onthouding van staatsinterventie. De coöperatie leek daar een uitweg in te zijn, maar was praktisch geen succes. Dit paper probeert een de coöperatiegedachte daarom meer te begrijpen als reddingsboot voor de liberale deugd die onder druk kwam te staan. De deugd als klassiek concept bestaat al sinds de Atheense polis en is door tijd steeds relevant gebleven en had de vroeg moderne commercialisering al overleefd. Lukte dat ook in de moderne maatschappij waarin de coöperatie ontstond? In hoeverre was de vroege liberale deugd van verlicht eigen belang terug te vinden in de denkwereld van de liberale coöperatiegedachte tussen 1865 en 1875?