Kwaliteit door taalbeleid
Summary
Deze studie presenteert een onderzoek naar de manier waarop de kwaliteit van het Engels in het
hoger onderwijs gewaarborgd wordt en welke actoren hier een rol in spelen. De aanleiding hiervoor
is de toename van het gebruik van het Engels in het hoger onderwijs. Over deze kwestie worden
twee debatten gevoerd. Enerzijds wordt er gedebatteerd over de wenselijkheid van het toenemende
gebruik van het Engels als voertaal, anderzijds bestaat er discussie over hoe de kwaliteit van het
Engels gewaarborgd zou moeten worden. Het doel van deze studie is dan ook om in kaart te brengen
welke actoren aan deze kwestie verbonden zijn en hoe zij bijdragen aan de kwaliteitswaarborging
van het Engels in het Nederlandse hoger onderwijs. Hierbij ligt de nadruk op de taak die de NVAO op
zich neemt. In het onderzoek worden onder meer aanbevelingen van de Onderwijsraad,
taalwetgevingen, visitatierapporten en beoordelingskaders van de NVAO onderzocht. Daarnaast is
NVAO‐beleidsmedewerkers en studenten naar hun visie en praktijkervaringen gevraagd.
Uit de onderzoeken blijkt dat de overheid het taalbeleid voornamelijk reguleert door middel van
artikel 7.2 uit de WHW, waarin staat dat instellingen een taalbeleid moeten formuleren. Dit gebeurt
echter zeer basaal: er wordt in gedragscodes omtrent voertaal van de instellingen weinig concreets
vermeld. De NVAO waarborgt de kwaliteit van het Engels voornamelijk door middel van het
beoordelingskader nationalisering op opleidingsniveau. Op instellingsniveau schiet dit
beoordelingskader tekort. De volgende aanbevelingen vloeien voort uit deze studie: ten eerste wordt
de NVAO aanbevolen een nieuwe standaard toe te voegen aan het kader Internationalisering, waarin
gevraagd wordt naar het taalbeleid van de internationaal georiënteerde instelling. De tweede
aanbeveling gaat in tegen een advies van de Onderwijsraad, en raadt de NVAO af dat het bijzonder
kenmerk internationalisering indaalt in het standaard evaluatieprotocol van de NVAO. Ten derde
wordt de instellingen aangeraden per faculteit een gedragscode omtrent voertaal op te stellen,
waarin het instellingsbrede taalbeleid specifiek is uitgewerkt voor de desbetreffende faculteit.