Attitudeverschil tussen Nederlanders en Duitsers ten opzichte van actieve euthanasie en de mediërende rol van persoonlijkheid, masculiniteit en ervaring met ondraaglijk lijden

View/ Open
Publication date
2012Author
Palen, L.P.C. van der
Siefke, J.
Metadata
Show full item recordSummary
Actieve euthanasie is een omstreden onderwerp. Door recente gebeurtenissen is de discussie weer opgelaaid. In Duitsland wordt mogelijk minder positief over euthanasie gedacht dan in Nederland, gezien de strengere wetgeving en de nationale historie. Het uitgangspunt van dit onderzoek is de verwachting dat Nederlanders een positievere houding ten opzichte van actieve euthanasie hebben dan Duitsers. Een analyse over factoren die attitudeverschillen tussen Nederlanders en Duitsers omtrent actieve euthanasie kunnen verklaren is doel van dit onderzoek. Mediërende factoren tussen nationaliteit en attitude kunnen inzicht bieden in waarom mensen voor of tegen euthanasie zijn en daarmee ook in het proces dat een patiënt die terminaal ziek is of ondraaglijk lijdt doormaakt.
Een drietal factoren werd geïdentificeerd die de attitudevorming kunnen beïnvloeden en/of tussen attitude en nationaliteit kunnen mediëren: masculiniteit en femininiteit (Hofstede & Hofstede, 2005), de daarmee samenhangende persoonlijkheidsdimensies neuroticisme, openheid, aangenaamheid en extraversie (Hofstede & McCrae, 2004) en eigen ervaring met ondraaglijk lijden of euthanasie in de nabije sociale omgeving.
Voor dit onderzoek werden 145 Nederlanders en 145 Duitsers ondervraagd. De deelnemers gaven in een paper-pencil-onderzoek antwoord op de vragen uit de verkorte Personal Attributes Questionnaire, acht items uit de Ten-Item Personality Inventory en twee items uit de Attitudes Toward Euthanasia Scale plus één door de auteurs toegevoegd item. Daarnaast werd een vragenlijst over de ervaring met ondraaglijk lijden en euthanasie (in het kader van de theorie van een waardige dood) afgenomen.
Nederlanders hadden een positievere attitude over actieve euthanasie dan Duitsers. Er kon echter geen verschil in masculiniteit en femininiteit aangetoond worden en deze factoren hadden geen mediërend effect tussen attitude en nationaliteit. Nederlanders scoorden hoger op extraversie en lager op aangenaamheid, maar deze persoonlijkheidstrekken hadden ook geen mediërend effect. Tot slot bleken mensen die ervaring hadden met passieve euthanasie in de nabije sociale omgeving, alsmede mensen die verwachtten later zelf in een situatie te komen waarin euthanasie overwogen kan worden positiever ten opzichte van euthanasie te zijn dan mensen waarvoor dit niet gold. Ook deze factoren hadden geen mediërend effect op het attitudeverschil tussen Nederlanders en Duitsers. Ondanks niet gevonden mediërende effecten kon wel aangetoond worden dat Nederlanders en Duitsers verschillen wat betreft aangenaamheid en extraversie en dat twee variabelen van de theorie van een waardige dood de houding ten opzichte van euthanasie beïnvloeden. Het onderzoek biedt handvatten om meer variabelen te vinden die het verschil tussen beide landen verklaren.