Engels in Fryslân - Onderzoek naar de ontwikkeling van spreekvaardigheid op een- en drietalige scholen
Summary
Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat tweetaligen op verschillende cognitieve vlakken een voordeel hebben ten opzichte van eentaligen. Cummins (1976) stelde echter dat voor het optreden van dergelijke voordelen in beide talen een bepaalddrempelniveau behaald dient te worden. Cenoz & Genesee (1998b) breidden deze hypothese uit naar het verwerven van een extra taal: tweetaligen die de betrokken talen evenwichtiger beheersen zouden een nieuwe taal sneller leren. In dit onderzoek wordt onderzocht in hoeverre de hypotheseook van toepassing is op de meertalige situatie in Friesland. De 42 participanten zijn afkomstig van drie eentalige en vier drietalige Friese basisscholen en hebben verschillende taalachtergronden (Nederlands en Fries). Verwacht werd dat leerlingen met een Friestalige achtergrond, die in hogere mate tweetalig zouden zijn, beter zouden scoren op een spreekvaardigheidstest Engels, welke zowel in groep 7 als in groep 8 werd afgenomen. De verwachte voordelen voor leerlingen met een Friestalige achtergrond bleven uit; wel was er vooruitgang te zien in spreekvaardigheid en scoorden de leerlingen van drietalige scholen beter dan leerlingen van eentalige scholen.