Dyslectici en zwakke lezers op het voortgezet onderwijs. Onderzoek naar de kwaliteit van de diagnose dyslexie, de ervaren ondersteuning, het huidig leesniveau en het verschil tussen zwakke lezers en dyslectici.
Summary
In dit onderzoek is onderzocht wat de kwaliteit van de diagnose dyslexie is bij dyslectische leerlingen op het voortgezet onderwijs. Daarnaast is bestudeerd of de diagnose dyslexie, zoals weergegeven in de rapporten overeenkomt met de leesprestaties van de leerlingen en de ondersteuning die zij ervaren. Tot slot is onderzocht of de lees- en spellingprestaties van de leerlingen met dyslexie afwijkt van zwakke lezers. De dossieranalyse laat zien dat de kwaliteit van de diagnostische rapporten in het geding is op het gebied van de meeste opgestelde criteria, met name het nagaan van het criterium van didactische resistentie en het duidelijk hanteren van een protocol. De verschillen tussen diagnosen dyslexie zijn aanzienlijk en worden deels verklaard door de school ten tijde van het onderzoek en de instelling. De dyslectische leerlingen behalen over het algemeen zwakke lees- en spellingscores. Dyslectici laten zwakkere spellingprestaties zien dan zwakke lezers, wanneer gecontroleerd wordt voor het IQ. Ze behalen geen significant lagere leesprestaties dan zwakke lezers. Het onderzoek naar ondersteuning laat zien dat scholen zeggen meer ondersteuning te bieden dan leerlingen ervaren. Bijna iedere leerling ervaart extra tijd en geeft aan dat er rekening wordt gehouden met spellingfouten. Het explorerende karakter van dit onderzoek vraagt, samen met de verkennende resultaten en de vragen die deze resultaten oproepen, om meer Nederlandse wetenschappelijke studies naar deze onderwerpen.