dc.description.abstract | Doel: Met dit onderzoek is de samenhang onderzocht tussen zelfredzaamheid en alledaagse participatie bij kinderen met Downsyndroom (DS) van twee en een half tot zeven jaar. Tevens is de samenhang tussen mastery motivation en gezinscohesie enerzijds en participatie anderzijds onderzocht en is gekeken of er een verschil in participatie bestaat op basis van sekse en SES. Methoden: Met 70 ouders van kinderen met DS (leeftijd in maanden M = 54,6; SD = 14,6) is de PEDI-NL ingevuld. 63 ouders vulden daarnaast de Preschool CAPE in en 62 ouders gaven kind-, ouder- en gezinskenmerken door. Resultaten: De samenhang tussen diversiteit van participatie en de domeinen ambulantie en sociaal functioneren zijn significant na correctie voor leeftijd in maanden (p < .01). Mastery motivation hangt negatief en significant samen met de participatie diversiteit totaalscore en diversiteitscores van informele activiteiten, speelactiviteiten en sociale activiteiten (p < .01). Er werd geen significante correlatie gevonden tussen participatie en mastery motivation gemeten met aanmoediging door de ouders, noch tussen participatie en gezinscohesie (p > .01). Er werd een significant verschil gevonden in de intensiteit van participatie aan activiteiten die onder ‘actief bewegen’ vallen, tussen de lage en de hoge SES-groep (p < .05). Er werd geen significant verschil in participatie gevonden tussen de seksen. Conclusie: Kinderen die motorisch meer vaardig zijn en meer zelfredzaam zijn in het contact met anderen, doen meer verschillende activiteiten. Een kind dat meer mastery motivation heeft, doet minder verschillende activiteiten. De aanmoediging van ouders om door te zetten en gezinscohesie hangen niet met participatie samen. Kinderen uit een hogere SES-groep doen vaker activiteiten uit het domein ‘actief bewegen’. Jongens en meisjes verschillen niet significant in participatie. | |