dc.description.abstract | Sociaaleconomische gezondheidsverschillen zijn een van de hardnekkigste problemen in Nederland.
Co-creatie, waar gezondheidsbeleid samen wordt gemaakt en uitgevoerd met inwoners met een lage
sociaaleconomische status (SES), wordt gezien als een mogelijke oplossingsrichting om dit probleem
eindelijk de kop in te drukken. In dit onderzoek was het doel om de succes- en faalfactoren van
co-creatie initiatieven gericht op het terugdringen van sociaaleconomische gezondheidsverschillen in
beeld te brengen. Aan de hand van een multiple case study zijn 9 co-creatie initiatieven verspreid over
Nederland middels een documentenanalyse en semi-gestructureerde interviews onderzocht om in
kaart te brengen wat succes voor deze initiatieven betekent en welke factoren hieraan bijdragen of dit
succes belemmeren.
Uit dit onderzoek blijkt dat het succes van co-creatie initiatieven gericht op het terugdringen van
gezondheidsverschillen niet ligt in het behalen van meetbare gezondheidsverbetering of in de
duurzaamheid van de initiatieven zelf, maar in de lange termijn effecten die co-creatie heeft op
inwoners in wijken met een lage SES. Co-creatie heeft als doel om aan te sluiten op de leefwereld van
inwoners, community-building te bewerkstelligen, kwetsbare inwoners te activeren en versterken en
integrale samenwerking te bevorderen. Co-creatie vergroot daarmee zowel het gevoel van eigen regie
als het vertrouwen in anderen. Co-creatie maakt inwoners met een lage SES bewust van hun
problemen, hun kwaliteiten én laat hen ervaren dat ze het niet alleen hoeven te doen. Deze mix van
zelfredzaamheid en sociale steun vormt de voedingsbodem voor duurzame gezondheid.
Uiteindelijk heeft dit onderzoek 3 succesfactoren geïdentificeerd die het succes van co-creatie
initiatieven gericht op gezondheidsverschillen ondersteunen, namelijk (1) Empowerment, (2) Bekende
Gezichten en (3) Laagdrempeligheid. Daarnaast zijn er 4 faalfactoren geïdentificeerd, namelijk (1)
Hokjes-mentaliteit, (2) Tunnelvisie, (3), Onduidelijke verwachtingen en (4) Bureaublindheid.
Bovendien heeft dit onderzoek aangevuld op de bestaande literatuur door te belichten dat co-creatie
initiatieven gericht op het terugdringen van gezondheidsverschillen rekening moeten houden met de
diversiteit binnen wijken met een lage SES. Inwoners in deze wijken vormen zelden een homogene
groep, maar zijn onderdeel van verschillende subgroepen met uiteenlopende behoeften en
achtergronden. Wanneer deze subgroepen tijdens een co-creatieproces gescheiden blijven of bepaalde
groepen onvoldoende worden betrokken, ontstaat het risico dat slechts specifieke groepen inwoners
daadwerkelijk vooruit worden geholpen. Daarmee wijst dit onderzoek op een belangrijk
aandachtspunt: co-creatie kan, als het niet zorgvuldig wordt ingericht, niet alleen bestaande
gezondheidsverschillen in stand houden, maar potentieel zelfs vergroten. | |