dc.description.abstract | Samenvatting
Deze masterthesis onderzoekt hoe zorgethiek, presentie en normatieve professionaliteit richting
kunnen geven aan leiderschap in de ouderenzorg, in een tijd waarin de sector in transitie is van
een medisch naar een sociaal-welzijnsgericht model. De inleiding beschrijft hoe deze
verschuiving vragen oproept over leiderschap.
Het onderzoek heeft een tweeledige opzet: een literatuurstudie en een kwalitatieve, empirische
verkenning. De literatuurstudie verkent zorgethiek (Joan Tronto, 1993), de presentietheorie
(Andries Baart, 2001) en normatieve professionaliteit (Harry Kunneman, 2005) als theoretisch
kader. Daarnaast zijn vijftien interviews gehouden waarvan zeven met zorgprofessionals en acht
met leiders in de ouderenzorg. In de thematische analyse van deze gesprekken kwamen thema’s
naar voren als leiderschap en zichtbaarheid, professionele autonomie, morele reflectie,
botsingen tussen systeemlogica en relationele zorg, en morele stress.
De resultaten laten zien dat zowel zorgprofessionals als leiders spanning ervaren tussen
organisatorische eisen en hun verlangen naar nabijheid en moreel juist handelen.
Zorgprofessionals benoemen het belang van zichtbaar leiderschap en ruimte voor reflectie,
maar ervaren vaak druk vanuit beleid en productie-eisen. Leiders benadrukken het belang van
coachend en gedeeld leiderschap, maar worstelen soms met de grenzen van hun rol binnen de
organisatie.
De conclusie is dat leiderschap in de ouderenzorg een morele en relationele praktijk is, waarin
het scheppen van ruimte voor reflectie en normatieve afstemming belangrijk is. De eindadviezen
van deze studie zijn onder meer: faciliteer presentie en nabijheid, stimuleer normatieve
professionalisering, verbind systeemwereld en leefwereld, ondersteun omgaan met morele
stress, en durf moreel leiderschap te tonen. Deze adviezen helpen om zorgethische waarden
concreet te vertalen naar de dagelijkse praktijk van leiders in de ouderenzorg, en zo bij te dragen
aan een cultuur waarin menselijkheid en morele reflectie een centrale plek innemen. | |