dc.description.abstract | De vergrote aandacht voor de stikstofdepositie van gebiedsontwikkelingen op Natura 2000-gebieden is in lijn met de duurzaamheidsgedachte die de afgelopen jaren binnen de maatschappij heerst. Het juridische kader die voor de reductie van de stikstofdepositie bestaat, kent sinds de vernietiging van het Programma Aanpak Stikstof in 2019 een grote hoeveelheid aan wijzigingen. Daardoor heeft Nederland de afgelopen vier jaar te maken gehad met een stikstofcrisis die voor maatschappelijke en politieke onrust zorgde. Uit de huidige wetenschappelijke kennis blijkt dat wijzigende, strenge, onduidelijke en/of te veel wetten en regels invloed kunnen hebben op de doorlooptijd van gebiedsontwikkelingen. Dit schept de verwachting dat stikstofwet- en regelgeving de doorlooptijd van binnenstedelijke gebiedsontwikkelingen kan beïnvloeden. Toch is dit nog niet eerder onderzocht. Daarom beoogt het onderhavige onderzoek deze kenniskloof op te lossen. De focus ligt hierbij op de invloed die gemeenten en/of projectontwikkelaars op de werking van stikstofwet- en regelgeving op de doorlooptijd kunnen hebben. Deze focus is in het licht van de huidige woningnood in Nederland van belang, omdat potentiële vertraging door stikstofwet- en regelgeving dient te worden voorkomen. Zodoende hanteert het onderzoek de volgende onderzoeksvraag: “Hoe kunnen gemeenten en/of projectontwikkelaars invloed hebben op de werking van de stikstofwet- en regelgeving op binnenstedelijke gebiedsontwikkelingen, in het bijzonder op de doorlooptijd?”.
De onderzoeksvraag wordt onderzocht aan de hand van casusonderzoek naar twee geselecteerde binnenstedelijke gebiedsontwikkelingen. Het onderzoek is uitgevoerd middels het verrichten van een literatuurstudie naar de bestaande wetenschappelijke kennis, bureauonderzoeken naar de vigerende stikstofwet- en regelgeving en de context van de casussen én het afnemen van diepte-interviews met betrokken respondenten bij de casussen. Hieruit is gebleken dat de belangrijkste knelpunten in de stikstofwet- en regelgeving voor de doorlooptijd van binnenstedelijke gebiedsontwikkelingen de vele wijzigingen, het restrictieve karakter en de onduidelijkheid zijn. Deze knelpunten leiden echter niet automatisch tot vertraging, vanwege de enige mate van vrijheid die er bestaat voor gemeenten en/of projectontwikkelaars om een invulling te kunnen geven aan de toepassing van de stikstofwet- en regelgeving. In de stikstofwet- en regelgeving bestaat namelijk geringe mate van bestuurlijke afwegingsruimte en enige mate van handelingsruimte. Belangrijk bij de omgang met de stikstofwet- en regelgeving blijkt het reduceren van onzekerheid en risico’s tijdens de planvormingsfase, maar ook om soms wel risico’s te blijven nemen. Toch toont het casusonderzoek ook aan dat gemeenten en/of projectontwikkelaars niet altijd in staat zijn de potentiële vertragende invloed van de stikstofwet- en regelgeving te voorkomen. Indien er té veel wijzigingen plaatsvinden en grote onduidelijkheid is, kan het lastig worden de negatieve gevolgen van de stikstofwet- en regelgeving te beperken. Ook is de werking van de stikstofwet- en regelgeving context- en tijdsafhankelijk, wat de invloed van gemeenten en/of projectontwikkelaars kan beperken. Concluderend valt dus te stellen dat gemeenten en/of projectontwikkelaars invloed hebben op werking van de stikstofwet- en regelgeving op de doorlooptijd van binnenstedelijke gebiedsontwikkelingen, maar dat deze invloed door verschillende factoren belemmerd kan worden.
Deze uitkomst van het onderzoek nuanceert de bestaande wetenschappelijke kennis over de werking van wet- en regelgeving op de doorlooptijd van gebiedsontwikkelingen. Het toont aan de deze werking deels afhankelijk is van de manier waarop er mee om wordt gegaan. Daarnaast is de werking ook deels context- en tijdsafhankelijk. | |