Show simple item record

dc.rights.licenseCC-BY-NC-ND
dc.contributor.advisorSangers, N.
dc.contributor.authorSchouten, B.
dc.date.accessioned2021-07-26T18:00:54Z
dc.date.available2021-07-26T18:00:54Z
dc.date.issued2020
dc.identifier.urihttps://studenttheses.uu.nl/handle/20.500.12932/39951
dc.description.abstractWanneer educatieve teksten duidelijk zijn en de aandacht vasthouden, kunnen ze helpen bij het verbeteren van de leer- en leesprestaties van leerlingen. Een manier om de aandacht beter vast te houden is door een tekst concreter te maken door ze levendiger te maken. Dat kan bijvoorbeeld door er zogeheten narratieve elementen aan toe te voegen. Dit zijn drie soorten elementen die als volgt zijn gedefinieerd in dit onderzoek: specifieke gebeurtenissen, specifieke personages en de innerlijke wereld van personages. Op dit moment is er nog weinig onderzoek gedaan naar het voorkomen van narratieve elementen in educatieve teksten, daarom probeert dit onderzoek daar een eerste stap mee te zetten. De hoeveelheid narratieve elementen in middelbare onderwijsboeken zou invloed kunnen hebben op de leer- en leesprestaties van leerlingen. De verwachting is dat er bij het vwo een hoger abstractieniveau van de tekst is dan bij het vmbo. Narratieve elementen maken een tekst concreter, dus het toevoegen van meer narratieve elementen verlaagt het abstractieniveau van een tekst. Dit eindwerkstuk zal proberen te beantwoorden of er in de educatieve teksten voor het vmbo meer gebruik wordt gemaakt van narratieve elementen dan in educatieve teksten voor het vwo. De bevindingen uit de literatuur monden uit in de volgende onderzoeksvraag: In hoeverre is er een verschil in narratieve elementen in biologieteksten voor 2-vmbo-t en 2-vwo? Voor dit onderzoek is een corpusanalyse uitgevoerd bij 73 teksten uit Nectar 5de editie van zowel 2-vmbo-t (n=33) als 2-vwo (n=40) om de onderzoeksvraag te beantwoorden. Tijdens de analyse zijn er geen verschillen gevonden in aantal narratieve elementen tussen de verschillende niveaus. Voor deze steekproef is er dus geen verschil gevonden tussen 2-vmbo-t en 2-vwo. Dit suggereert dat de auteurs geen onderscheid maken tussen niveaus op het gebied van het toevoegen van narratieve elementen. Verder is in dit onderzoek vanuit exploratief oogpunt gekeken naar verschil in aantal narratieve elementen per tekstsoort (hoofdtekst (n=38) en aanvullende tekst (n=35)). Op het gebied van tekstsoort zijn er alleen narratieve elementen gevonden in de aanvullende tekst en niet in de hoofdtekst met uitzondering van de sub-elementen specifieke plaats en representant. De auteurs lijken er dus wel bewust voor te kiezen om tekst met narratieve elementen buiten de hoofdtekst te houden en in aanvullende teksten te plaatsen.
dc.description.sponsorshipUtrecht University
dc.format.extent487293
dc.format.mimetypeapplication/pdf
dc.language.isonl
dc.titleNarrativiteit in educatieve teksten Een corpusonderzoek naar het voorkomen van narratieve elementen in biologieboeken
dc.type.contentBachelor Thesis
dc.rights.accessrightsOpen Access
dc.subject.keywordsnarrativiteit, corpusonderzoek, leer- en leesprestaties, narratieve elementen, educatieve teksten, abstractieniveau
dc.subject.courseuuTaal- en cultuurstudies


Files in this item

Thumbnail

This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record