Show simple item record

dc.rights.licenseCC-BY-NC-ND
dc.contributor.advisorVeenendaal, I.Y.E. van
dc.contributor.authorGodefrooij, W.B.
dc.date.accessioned2009-09-18T17:00:35Z
dc.date.available2009-09-18
dc.date.available2009-09-18T17:00:35Z
dc.date.issued2009
dc.identifier.urihttps://studenttheses.uu.nl/handle/20.500.12932/3439
dc.description.abstractEen corporate story is hét verhaal van de organisatie, waarin het gezamenlijk streven wordt verwoord. Daarmee geeft dit verhaal context aan abstracte zaken als visie en missie. Verhalen spelen van oudsher een belangrijke rol in onze betekenisgeving. Een organisatieverhaal dat op krachtige wijze tot de verbeelding spreekt kan dienen als identificatieobject voor de medewerkers: het vergroot de binding die men met de organisatie voelt en geeft richting aan de dagelijkse werkzaamheden. In dit onderzoek stelde ik mij de vraag wat bevorderende en belemmerende factoren zijn om de hoofdtonen van een corporate story te verankeren binnen een organisatie. Een organisatieverhaal is verankerd wanneer het een ware reflectie is van het denken en doen in de organisatie. Ik deed daarvoor een casestudie bij ROC Tilburg, waar in augustus 2008 de corporate story 'Tilburgs Trots' werd gelanceerd. Daarbij hanteer ik het interpretatieve uitgangspunt: betekenis ligt niet vast maar is subjectief van aard. Ik benader organisaties als een samenspel van betekenisgeving, waarin verschillende actoren vanuit hun eigen referentiekader betekenis geven aan de alledaagse werkelijkheid. Als onderzoeker ben ik – tijdelijk - onderdeel van dat samenspel. Mijn onderzoeksresultaten komen tot stand in interactie met de participanten, en zijn daarmee mijn interpretaties en weergaven van die sociale werkelijkheid. Om mijn hoofdvraag te beantwoorden stelde ik drie deelvragen. De eerste deelvraag is: “Wat zegt de wetenschappelijke literatuur over betekenisgeving, (organisatie)verhalen en verankering?”. Aan de hand van een literatuurstudie heb ik deze deelvraag beantwoord en een tweedelig framework geconstrueerd. Dat heb ik later gebruikt voor de casestudie. In het eerste deel van dit framework staan processen van betekenisgeving en de rol die het narratief daarin speelt centraal. In de narratieve organisatiebenadering wordt gesproken van de ‘narrative mode of knowing’: in gedachte construeren we verhalen over de werkelijkheid, waarmee we die werkelijkheid duiden. Door gebeurtenissen in temporeel verband te plaatsen geven we er context en betekenis aan. Die verhalen wisselen we uit in onze interacties met anderen, waarbij we de verhalen laten samenkomen, daarover onderhandelen en ze weer samenvoegen tot nieuwe verhalen. Ook bespreek ik in dit deel een aantal kenmerken van de opbouw van het narratief. In het tweede deel komt de corporate story aan de orde, evenals de processen van verankering. Een belangrijke voorwaarde voor verankering is dat het verhaal authentiek is en past bij de organisatie. Er zijn drie pijlers voor verankering: het commitment van leidinggevenden als koersbepalers, co-creatie en communicatie. In mijn onderzoek breng ik verankering van een corporate story in verband met de opbouw van een gezamenlijke visie in organisaties. Daarbij gebruik ik ook de aandachtspunten en belemmerende factoren zoals die in de literatuur worden beschreven voor de ontwikkeling van een gezamenlijke visie. De tweede deelvraag is: “Hoe is het verhaal ‘Tilburgs Trots’ tot stand gekomen, wat maakt het tot een ‘corporate story’ en op welke manier is het verhaal opgebouwd?”. De beantwoording van deze vraag leverde de context waarbinnen de casestudie plaatsvond. De derde deelvraag is: “Op welke manier vindt er binnen het ROC Tilburg verankering plaats?”. Binnen twee scholen van ROC Tilburg nam ik interviews af met de twee directeuren en met acht medewerkers. Omdat het narratief centraal staat in mijn onderzoek, heb ik gekozen voor narratieve interviews: de beleving van de participanten heb ik ‘gevangen’ in de vorm van verhalen. Voor mijn analyse selecteerde ik zes van deze verhalen. De analyse vond plaats in twee stappen. In de eerste stap deconstrueerde ik de verhalen aan de hand van het actantenmodel van Greimas. Als tweede stap heb ik de processen van verankering binnen de beide scholen onderzocht. De processen van verankering van de corporate story heb ik opgedeeld in drie fasen: - Fase 1: verwoorden. De start van het traject dat moet leiden tot commitment van de directeuren. - Fase 2: vertellen/verankeren. Moet leiden tot commitment van de medewerkers. - Fase 3: het levend houden en verder verankeren van de corporate story. Per school heb ik de bevorderende en belemmerende factoren in kaart gebracht, gekoppeld aan deze fasen. Er kwamen duidelijke verschillen tussen beide scholen aan het licht. Op de eerste school bleek het commitment van directeur en medewerkers niet tot stand te zijn gekomen. Belangrijke belemmerende factoren daarin waren dat het verhaal als niet authentiek en niet realistisch voor deze school werd ervaren, een gebrek aan co-creatie in het voortraject, de vorm van het boekje waarin de corporate story is uitgegeven en een gebrek aan dialoog over visie. Belangrijke bevorderende factoren voor de verankering waren hier de directeur die de ‘taal’ van zijn medewerkers kent en spreekt, de relevantie van een goede onderwijsvisie die werd ervaren, de sterke persoonlijke visies van de medewerkers en de vrijheid en verantwoordelijkheid die zij krijgen bij de invulling van hun werkzaamheden. Voor de tweede school bleek het voortraject wel te zijn geslaagd: bij de directeur ontstond commitment aan de corporate story. Belangrijke bevorderende factoren daarbij zijn dat het verhaal past in de lijn die er op deze school was uitgezet, en dat de directeur de boodschap van het verhaal als zeer relevant beoordeelt. Ook bij de medewerkers is het commitment grotendeels ontstaan. Cruciaal bleek het feit dat de directeur Chief Storyteller werd. Belangrijke bevorderende factoren zijn verder dat de betrokkenen het verhaal als authentiek ervaren, dat de corporate story een inspirerende creatieve spanning teweeg brengt, dat er dialoogplatformen zijn, en dat de directeur vaak en duidelijk terugpakt op de uitgezette lijn. Om de corporate story levendig te houden en verder te verankeren zijn de tijdsdruk, een te grote top-down afstand, het gevaar dat elementen uit het verhaal verworden tot slogans en de moppercultuur belemmerende factoren. Bevorderende factoren zijn daarvoor het inbouwen van markeringsmomenten en het gebruik van externe vertellers van het verhaal. Ondanks het feit dat ik maar twee scholen onder de loep heb genomen en maar zes verhalen heb geanalyseerd, lijkt de conclusie van dit onderzoek gerechtvaardigd dat de diversiteit van de scholen binnen ROC Tilburg onvoldoende tot zijn recht is gekomen in 'Tilburgs Trots' om verankering binnen alle geledingen mogelijk te maken. Op basis van de resultaten van mijn casestudie formuleer ik aan het eind van mijn verslag een aantal aanbevelingen en discussiepunten.
dc.description.sponsorshipUtrecht University
dc.format.extent1014965 bytes
dc.format.mimetypeapplication/pdf
dc.language.isonl
dc.titleHoe creëer je co-creatie? Casestudie naar de verankering van een corporate story.
dc.type.contentMaster Thesis
dc.rights.accessrightsOpen Access
dc.subject.keywordscorporate story, verankering, co-creatie, narratieve benadering
dc.subject.courseuuCommunicatie, Beleid en Management


Files in this item

Thumbnail

This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record