dc.description.abstract | Een groeiend deel van de wereldbevolking woont in steden, met alle gevolgen van dien. In Nederland is deze trend ook zichtbaar, waardoor steden steeds meer uitdagingen zien op het gebied van onder andere mobiliteit. Een stad als Utrecht ziet dat wegen steeds verder vastlopen en dat de uitstoot van schadelijke stoffen toeneemt. Om dit tegen te gaan is het van belang het aantal (privé) auto’s terug te dringen. Autodelen biedt hiervoor een oplossing. Hoe meer mensen hier gebruik van maken, hoe minder privéauto’s er gebruikt worden. Het gevolg hiervan is niet alleen een vermindering van het aantal kilometers dat met de auto wordt afgelegd, maar het betekent ook dat er meer openbare ruimte gewonnen wordt. Immers, minder privéauto’s per huishouden betekent minder benodigde parkeerplekken langs de straat. Met deze gewonnen ruimte kan vervolgens meer groen in wijken gerealiseerd worden of meer ruimte aangewend worden voor voetgangers en fietsers en daarmee voor schonere vormen van transport in de stad.
Momenteel doet nog slechts een klein deel van de bevolking aan autodelen. De vraag is dan ook hoe dit komt en belangrijker, welke ingrepen er gedaan kunnen worden om deelautogebruik te bevorderen. Omdat er in de huidige literatuur nog weinig tot geen aandacht geschonken wordt aan ruimtelijke component binnen onderzoek naar deelautoconcepten, concentreert dit onderzoek zich juist op dat onderdeel. De hoofdvraag van deze scriptie luidt dan ook:
Wat is de invloed van ruimtelijke aspecten op het succes van autodelen binnen bestaande wijken in Utrecht en hoe kunnen deze aspecten nog beter benut worden door gemeente en aanbieders van deelauto’s, om autodelen succesvoller te maken in bestaande wijken van Utrecht?
Om het belang van deze ruimtelijke aspecten te achterhalen en om te ontdekken welke specifieke ruimtelijke factoren dit zijn, worden de volgende deelvragen behandeld:
- Welke bezwaren hebben mensen tegen autodelen?
- Welke ruimtelijke factoren nemen potentiële gebruikers mee in hun overweging om wel of niet deel te nemen aan deelautoconcepten?
- In hoeverre zijn deze ruimtelijke factoren die van invloed zijn op het succes van deelautoconcepten, locatiespecifiek?
- Wat moeten de Gemeente Utrecht en aanbieders van deelautoconcepten in ruimtelijk opzicht veranderen om tot een groter succes te komen van deelautoconcepten?
Uit de gesprekken met bewoners in diverse wijken in Utrecht die de meeste kans maken op succesvol gebruik van deelauto’s blijkt dat er een aantal factoren, ruimtelijk en niet-ruimtelijk, van invloed zijn op het succes van deelautoconcepten. Potentiële gebruikers, veelal in de doelgroep van 25 – 44 jaar, blijken angst te hebben voor de beschikbaarheid van deelauto’s en zien de kosten als een negatief aspect. Zodra de gemeente bijvoorbeeld de betaalde parkeerzones uitbreidt en het kwartaalbedrag van parkeergeld omhoog brengt overwegen bewoners gebruik te maken van deelauto’s, mits de beschikbaarheid voldoende gewaarborgd is. Daarnaast is het van belang dat de privéauto’s op minstens tien minuten loopafstand staan, want dan wordt een deelauto ook interessanter als die op één minuut loopafstand staat. Ten slotte is het van belang dat een deelauto in buitenstedelijke wijken op een parkeerlocatie staat die binnen logische looproutes van bewoners ligt en dat de auto veilig staat, in het zicht en liefst op een verlichte plek. Ook de locatie ten opzichte van uitvalswegen wordt als belangrijk ervaren door vooral bewoners van binnenstedelijke wijken. Mocht er aan deze ruimtelijke voorwaarden worden voldaan, wordt het succes van deelautoconcepten mogelijk groter, omdat het dan als mobiliteitsoptie wordt overwogen door bewoners van binnen- en buitenstedelijke wijken. | |