dc.description.abstract | In deze scriptie worden twee bundels van Maartje Smits, Als je een meisje bent (2015) en Hoe ik een bos begon in mijn badkamer (2017), besproken vanuit een ecofeministisch perspectief. Er wordt aangetoond dat een dergelijke lezing interessante inzichten kan opleveren in Smits’ poëzie. Bovendien wordt onderzocht hoe deze bundels een bijdrage kunnen leveren aan de huidige ecofeministische theorievorming. In dit onderzoek geldt de volgende vraag als leidraad: Hoe verhoudt de beeldvorming van gender en natuur zich tot elkaar in de poëzie van Maartje Smits en hoe kan die verhouding begrepen worden vanuit een ecofeministisch perspectief? In het theoretisch kader worden uit een literatuuronderzoek naar ecofeministische theoretici drie kernconcepten gedestilleerd, te weten dualismen, het lichaam en autonomie. Deze concepten vormen het uitgangspunt voor een analyse van beide bundels met betrekking tot de beeldvorming omtrent gender en
natuur, met name gericht op de verbinding tussen deze twee thema’s. Uit deze analyse blijkt dat Smits’ poëzie wat betreft zowel vorm als inhoud een sterk grensoverschrijdend aspect heeft, maar tegelijkertijd gebruik blijft maken van de traditionele categorieën. Bij het tweede kernconcept, het lichaam, dienen naar aanleiding enkele kanttekeningen geplaatst te worden en voor de volledigheid dient er een vierde kernconcept uitgewerkt te worden, namelijk moederschap. Op deze manier dragen de conclusies van deze scriptie bij aan een productievere ecofeministische literaire praxis, waardoor er een beter begrip komt van de verwevenheid tussen wereldproblemen als klimaatverandering en vrouwenonderdrukking en er uiteindelijk gewerkt zou kunnen worden aan integrale oplossingen. | |