dc.description.abstract | Inleiding Tijdens een kinderverhoor van een jeugdbeschermingszaak is het van belang dat de communicatie tussen rechter en minderjarige goed verloopt. Het toepassen van gesprekstechnieken speelt hierbij een belangrijke rol. Daarnaast is het belangrijk dat de rechter het gebruik van jargon en afkortingen vermijdt, gebruik maakt van verduidelijking, begrip toetst, de persoonlijke omstandigheden van de minderjarige bespreekt en dat er ruimte is voor de minderjarige om zijn verhaal te doen en vragen te stellen.
Methoden Aan de hand van vooraf opgestelde observatielijsten is door studenten in tweetallen geobserveerd bij kinderverhoren. De items die nodig waren voor de verschillende deelvragen zijn geanalyseerd. Er is gekeken naar gemiddelden, modus, percentages en interbeoordelaarsbetrouwbaarheid.
Resultaten De persoonlijke omstandigheden zijn allemaal besproken door de rechter, met uitzondering van vrienden en vrijetijdsbesteding. Wat betreft de gesprekstechnieken zijn de technieken in de meeste gevallen veel toegepast door de rechter, behalve complimenteren, wat meestal niet werd toegepast. De rechter heeft in de meeste kinderverhoren geen gebruik gemaakt van jargon of afkortingen en veel gebruik gemaakt van verduidelijking. Het begrip van de minderjarige is in de meeste kinderverhoren door de rechter getoetst aan de hand van vragen en uitleg. Tot slot heeft de rechter in de meeste gevallen ruimte gegeven aan de minderjarige om zijn verhaal te doen en vragen te stellen.
Conclusie en discussie Uit het onderzoek blijkt dat de rechter de communicatie met de minderjarige over het algemeen goed heeft laten verlopen. Dit is positiever dan verwacht gezien het theoretisch kader. Er kunnen echter kritische opmerkingen geplaatst worden bij de opzet van het onderzoek. | |