dc.description.abstract | Behandelmotivatie wordt in eerder onderzoek gezien als een factor die van relevantie is voor het behandelsucces. Bij het Altrecht Academisch Angstcentrum (AAA), een instelling binnen de specialistische GGZ, is een vragenlijst ontwikkeld die getracht wordt behandelmotivatie te meten onder patiënten. Het doel was om behandelmotivatie mee te nemen als een van de factoren in de stagering van patiënten, op grond waarvan je de ernst van de angststoornis en behandelintensiteit vaststelt, alsook de behandeluitkomst voorspelt. De behandelmotivatie checklist weergeeft motivatie m.b.v. parameters van eerder – en recent (vroeg) gedrag in de behandeling, zoals beoordeeld door de huidige behandelaar. In deze studie ging de interesse uit naar het onderzoeken van in hoeverre de behandelmotivatie checklist behandelsucces kon voorspellen, in een doelgroep van angstpatiënten die in behandeling bij het AAA waren. De studie was gericht op het onderzoeken van de psychometrische kwaliteit, en het onderzoeken van de predictieve validiteit op item niveau. Hierbij werd gecontroleerd voor baseline klachtenniveau. Behandelsucces werd gedefinieerd als het constructief voortzetten van de behandeling, en een significante afname van angstklachten na twee maanden behandeling, gemeten met een State Trait Worry Inventory (STAI) en een Beck Anxiety Inventory (BAI). In een analyse naar de interne consistentie, na verwijdering van het item ‘hinder op as I’, resulteerde in voldoende interne consistentie (α=0.70). Dit item, alsook andere items die op onvoldoende interne consistentie duidden werden niet betrokken in vervolg analyses. De resultaten lieten zien dat hogere scores op de motivatie checklist een hogere afname aan angstklachten op de STAI kon voorspellen (p=0.04). In een logistische regressie kon de checklist constructieve voortzetters van de behandeling correct voorspellen. Drop-out kon niet worden voorspeld, en omdat er een relatief kleine steekproef is onderzocht, zou dit verklaard kunnen worden vanuit een power probleem. Een voorstel voor een verkorte motivatie lijst is gedaan. Deze lijst bevat de items: ‘is de familie op de hoogte van de behandeling’ (p=0.053), ‘verloop van de eerste contacten tussen behandelaar en patiënt’, ‘zijn er afzeggingen zonder reden in de eerste sessies’ (p=0.014), en ‘is er sprake van eerdere vroegtijdig afgebroken behandeling(en)’. Onderzoekslimitaties (met name power problemen) en implicaties voor vervolgonderzoek worden besproken. In recent onderzoek werd gevonden dat behandelmotivatie als beoordeeld door de behandelaar, beter behandelsucces kon voorspellen dan zelf rapportage metingen. Vervolgonderzoek zou zich vooral moeten richten op het verder onderzoeken van welke vragen aan behandelaren moeten worden gesteld voor het meten van behandelmotivatie. | |