dc.rights.license | CC-BY-NC-ND | |
dc.contributor.advisor | Vijver, D.R.E. van de | |
dc.contributor.author | Bogerd, N. | |
dc.date.accessioned | 2016-08-03T17:01:15Z | |
dc.date.available | 2016-08-03T17:01:15Z | |
dc.date.issued | 2016 | |
dc.identifier.uri | https://studenttheses.uu.nl/handle/20.500.12932/23235 | |
dc.description.abstract | In het begin van de Twintigste Eeuw leefden veel mensen in Nederland in erbarmelijke omstandigheden. Door middel van verschillende woonbeschavingsinitiatieven probeerden welgesteldere groepen hier verandering in te brengen. Eén manier waarop dit gebeurde was wooneducatie aan de hand van boeken met praktische woninginrichting als thema. In dit onderzoek zijn drie boeken van dit type (te weten Moderne Woninginrichting van criticus Jan Lauweriks (1930), Practische Woninginrichting van interieurarchitect en publicist Paul Bromberg (1933) en De Nieuwe Geest in onze Woning van sierkunstenares en schrijfster Miep van Rooy-Berlage (1935)) nauwkeurig geanalyseerd om een antwoord te vinden op de vraag: hoe kunnen de argumenten voor modern wonen uit deze boeken verklaard worden vanuit contextuele informatie uit de boeken zelf? In het eerste deel is van deze drie boeken een karakterschets gegeven, zodat duidelijk is dat de boeken, hoewel overeenkomstig in thema, toch een geheel eigen karakter hebben. Het tweede deel van het onderzoek is reflecterend van aard. Hierin is allereerst gekeken naar de relatie tussen de achtergrond van de auteur en de tekst. Ten tweede is er gelet op de verhouding tussen de tekst en de lezer. Daaruit bleek dat de drie auteurs overeenkomstige woonwensen bij de doelgroep van jonge mensen en anderen die toe zouden zijn aan vernieuwing veronderstelden. De aanbevelingen van de auteurs zouden de inrichting vooral praktischer (dat wil zeggen ruimtelijker), lichter, hygiënischer en rustiger maken. Ook bleek hier dat retoriek en taalgebruik belangrijke aspecten vormen van dit type tekst. Ten derde is gekeken naar de rol van de huisvrouw in deze teksten in vergelijking met onderzoek van Wies van Moorsel uit 1992 naar het vrouwbeeld in publicaties van de Stichting Goed Wonen, welke actief was tussen 1946-1968. Hieruit bleek dat het tamelijk negatieve vrouwbeeld van Goed Wonen niet op eenzelfde wijze valt te herkennen in de drie bovengenoemde teksten, waarin de vrouw juist een belangrijke rol toebedeelt lijkt te krijgen als spil van het gezin. De oplossingen die de auteurs bieden zouden de mate van zelfstandigheid en tijd voor zelfontplooiing van de huisvrouw vergroten. Uit het onderzoek kan worden geconcludeerd dat de contextuele informatie die deze boeken als bronnen van modern wonen bevatten bijdraagt aan een completer beeld van ideeën over woonwensen en modernisering in de jaren 30. | |
dc.description.sponsorship | Utrecht University | |
dc.format.extent | 89190 | |
dc.format.mimetype | application/zip | |
dc.language.iso | nl | |
dc.title | Wonderlijk Modern Wonen. Een analyse van modern wonen in praktische woninginrichtingsboeken uit 1930-1935 | |
dc.type.content | Bachelor Thesis | |
dc.rights.accessrights | Open Access | |
dc.subject.keywords | modern wonen, tekstanalyse, modernisering, praktische woninginrichting | |
dc.subject.courseuu | Kunstgeschiedenis | |