dc.description.abstract | Pesten is een veelvoorkomend fenomeen in het voortgezet onderwijs in Nederland. Het is een belangrijk en erkend probleem, omdat de gezondheid en ontwikkeling van adolescenten in het geding is. Pesten kan aan de hand van de General Theory of Crime van Gottfredson en Hirschi (1990) worden verklaard door een lage zelfcontrole. Deze theorie wordt empirisch ondersteund, echter wordt geen aandacht besteed aan het onderliggende proces dat deze relatie mogelijk verklaard. De huidige longitudinale studie richt zich op populariteit als onderliggende verklaring en verwacht dat adolescenten met een lage zelfcontrole populairder worden en dit vervolgens leidt tot meer pestgedrag. Er wordt gebruik gemaakt van SNARE (Social Network Analysis of Risk Behavior in Early adolescence) data, afkomstig van zelfrapportages en peernominaties van 1124 Nederlandse scholieren in de leeftijd van 11 tot 15 jaar (M = 12.91). Uit de resultaten van de lineaire regressieanalyses blijkt dat, anders dan verwacht, een hoge zelfcontrole leidt tot meer pestgedrag, en populariteit geen mediator is in die relatie. Concluderend kan worden gesteld dat de veranderende peercontext in de adolescentie van belang is en mee moet wegen in toekomstig onderzoek naar pestgedrag. | |