dc.rights.license | CC-BY-NC-ND | |
dc.contributor.advisor | Permentier, M.G. | |
dc.contributor.author | Klingens, S.M. | |
dc.date.accessioned | 2015-01-07T18:01:05Z | |
dc.date.available | 2015-01-07T18:01:05Z | |
dc.date.issued | 2015 | |
dc.identifier.uri | https://studenttheses.uu.nl/handle/20.500.12932/19246 | |
dc.description.abstract | Vaak wordt gedacht dat de inrichting van de ruimtelijke omgeving ons verplaatsingsgedrag kan beïnvloeden. Om de drukte op de weg terug te dringen wordt geprobeerd om wonen en werken weer dichter bij elkaar te brengen. Bovendien zorgt de nabijheid van wonen, werken en voorzieningen voor minder verplaatsingskilometers zodat we onze tijd efficiënter kunnen benutten.
In de binnenstad van Rotterdam komen al deze functies bij elkaar. Hier zijn in de afgelopen jaren tientallen woontorens gebouwd om het centrum te verdichten. Het wonen in woontorens trekt echter een specifieke doelgroep aan. Het is dan ook de vraag of de verdichting van steden door het bouwen van woontorens daadwerkelijk een oplossing is voor het terugdringen van verplaatsingskilometers, of dat er gebouwd wordt voor een doelgroep die sowieso niet graag onderweg is en voorzieningen in de buurt wil hebben.
Verplaatsingsgedrag onder woontorenbewoners wordt niet alleen bepaald door de woonlocatie. Verplaatsingsgedrag wordt ook gevormd door de leefstijl en attitudes die iemand heeft. Daarnaast speelt ook routine en het gedrag uit het verleden een rol. De invloed van deze factoren wordt in deze studie onderzocht met betrekking op de woontorenbewoners in Rotterdam.
Uit het onderzoek blijkt dat bewoners buiten het centrum vaker de auto gebruiken om bijvoorbeeld naar het werk te reizen of om te gaan winkelen. Centrumbewoners zijn juist meer op de fiets, lopend of met het openbaar vervoer onderweg. De nabijheid van voorzieningen heeft een groter effect op het verplaatsingsgedrag dan de woonlocatie zelf. Er is dan ook sprake van zelfselectie; mensen kiezen de woonlocatie die overeenkomt met het door hun gewenste verplaatsingsgedrag. Verder heeft ook de houding ten aanzien van vervoermiddelen een sterke invloed op het verplaatsingsgedrag. Ondanks de nabijheid van voorzieningen reizen auto-georiënteerde mensen meer met de auto dan andere woontorenbewoners.
Er is een duidelijk verschil in autobezit en -gebruik tussen woontorenbewoners binnen en buiten het centrum. De autobeschikbaarheid onder binnenstadsbewoners ligt juist hoger; zij lenen of huren vaker een auto dan bewoners buiten het centrum, bijvoorbeeld via vrienden of familie of door gebruik te maken van carsharingfaciliteiten.
Verplaatsingsgedrag wordt dus voornamelijk bepaald door de wensen en de houding van bewoners, en in mindere mate door de nabijheid van voorzieningen. Dit resulteert in een duidelijk lager autobezit én -gebruik onder woontorenbewoners in het centrum van Rotterdam. Naar verwachtging zullen toekomstige ontwikkelingen op het gebied van lenen en delen van auto’s het autobezit verder omlaag brengen. | |
dc.description.sponsorship | Utrecht University | |
dc.format.extent | 5818833 | |
dc.format.mimetype | application/pdf | |
dc.language.iso | nl | |
dc.title | Het verplaatsingsgedrag onder woontorenbewoners | |
dc.type.content | Master Thesis | |
dc.rights.accessrights | Open Access | |
dc.subject.keywords | verplaatsingsgedrag; travel behavior; woontorenbewoners; zelfselectie; self selection; vervoermiddelkeuze; attitude; verdichting; mobiliteit; woonlocatie | |
dc.subject.courseuu | Urban Geography | |