dc.description.abstract | Vertrouwen, zoals in deze scriptie zal blijken, kan geen rechtvaardiging zijn om een overtuiging, verkregen door middel van een wetenschappelijke verklaring, te kunnen accepteren als kennis. Ondanks het feit namelijk, dat op basis van een gedegen betrouwbaarheid – wetenschappelijke integriteit, intellectuele deugdzaamheid, replicatie, peer-review, gedragscodes, etc. etc.- vertrouwen in wetenschap gefundeerd lijkt te zijn en daardoor een gevoel van zekerheid biedt, bestaat nog steeds de kans dat valse kennis onterecht als ware kennis wordt geaccepteerd.
Dit gegeven leidt tot de conclusie dat er geen inverse relatie kan bestaan tussen vertrouwen en kennisonrecht, oftewel meer vertrouwen levert geen garantie op dat er minder kennisonrecht ontstaat, - een vorm van onrecht waarbij de toehoorder schade ondervindt doordat onjuiste wetenschappelijke overtuigingen te goeder trouw als kennis is geaccepteerd- . Kennisonrecht die in essentie bestaat uit schade die wordt aangericht aan de toehoorder, aan zijn capaciteit als kenner, maar ook uit schade die wordt toegebracht aan de wetenschap als sociaal systeem. Deze vorm van kennisonrecht, die ik 'toehoordersonrecht' zal noemen, doet zich juist voor dankzij het vertrouwen. | |