dc.rights.license | CC-BY-NC-ND | |
dc.contributor.advisor | Schut, H. | |
dc.contributor.author | Strous, N.R.M. | |
dc.date.accessioned | 2013-05-31T17:00:44Z | |
dc.date.available | 2013-05-31 | |
dc.date.available | 2013-05-31T17:00:44Z | |
dc.date.issued | 2013 | |
dc.identifier.uri | https://studenttheses.uu.nl/handle/20.500.12932/13047 | |
dc.description.abstract | In de afgelopen jaren is er een grote wetenschappelijke interesse ontstaan naar de vorming van attituden ten aanzien van euthanasie (AE). Het onderzoek richtte zich voornamelijk op de relatie tussen religie en AE. Religie is
hierbij vaak geoperationaliseerd door middel van kerklidmaatschap. In dit onderzoek wordt naar een meer valide operationalisering gestreefd door middel van intrinsieke (IR) en extrinsieke religiositeit (ER). In deze studie wordt de relatie tussen IR en ER en attituden ten
aanzien van euthanasie bij lichamelijk (AEL) en psychisch lijden (AEP) onderzocht. Hierbij wordt aandacht besteed
aan de eventuele moderende invloed van ervaring met ondraaglijk lijden bij een dierbare (EOLD). Op basis van eerder onderzoek naar de relatie tussen kerklidmaatschap en AE, werd een negatieve correlatie tussen religiositeit en AE verwacht. De hypothese werd gesteld dat men positiever staat tegenover euthanasie bij lichamelijk dan bij psychisch lijden. Op basis van onderzoek van Verbakel en Jaspers (2010) zou EOLD naar verwachting de relatie tussen religiositeit en AE positief beïnvloeden. Een vragenlijst is in totaal bij 270
volwassenen afgenomen, waaronder 123 mannen en 144 vrouwen. De resultaten ondersteunen de verwachting dat er sprake zou zijn van een negatieve relatie tussen IR
en zowel AEL (rs = -.22, p <.01) als AEP (rs = -.13, p<.05). De interne consistentie van ER was dermate laag (α=.18), dat daar geen analyses op zijn uitgevoerd. EOLD bleek geen moderende invloed te hebben.
Ervaring met euthanasie bij een dierbare (EED) bleek wel een marginaliserend effect te hebben op de relatie tussen IR en AEP (F(11,126) = 2,37, p <.05). Het feit dat de theorievan Verbakel en Jaspers (2010) niet kan worden ondersteund en er wel een modererende invloed van EED is gevonden, moet in vervolgonderzoek
worden onderzocht. | |
dc.description.sponsorship | Utrecht University | |
dc.format.extent | 177897 bytes | |
dc.format.mimetype | application/pdf | |
dc.language.iso | nl | |
dc.title | Beïnvloedt ervaring met ondraaglijk leed bij een dierbare de relatie tussen intrinsieke religiositeit en attituden ten aanzien van euthanasie? | |
dc.type.content | Master Thesis | |
dc.rights.accessrights | Open Access | |
dc.subject.keywords | Euthanasie | |
dc.subject.keywords | intrinsieke religiositeit | |
dc.subject.keywords | ervaring ondraaglijk lijden dierbare | |
dc.subject.keywords | attituden | |
dc.subject.keywords | lichamelijk lijden | |
dc.subject.keywords | psychisch lijden | |
dc.subject.courseuu | Klinische en Gezondheidspsychologie | |