dc.description.abstract | Inleiding: Er is onderzoek verricht naar de participatie van ouders tijdens de ondertoezichtstelling-zitting. Er is een onderscheid is gemaakt tussen de aspecten begrip, waar vakjargon, toetsing begrip en specifieke situaties van ouders onder vallen, en communicatie, waar spreekrecht en spreektijd, gesprekstechnieken en algehele bejegening onder vallen. Methode: Observaties zijn uitgevoerd door middel van een gestructureerde observatielijst in zowel de rechtbank Amsterdam als de rechtbank Utrecht. De onderzoekspopulatie bestaat uit N=21 in beide steden, met een totaal van N=42 aan observaties. Resultaten: Vakjargon wordt weinig toegepast door de kinderrechters, in ongeveer driekwart van de zaken wordt geen vakjargon gebruikt. Daarnaast wordt het begrip weinig verbaal getoetst. Wanneer dit wel gebeurt, gebeurt dit meestal op non-verbale wijze. Dit geldt voor beide rechtbanken. Uit de resultaten met betrekking tot de communicatie blijkt dat ouders altijd aan het woord worden gelaten, maar dat de spreektijd vaak erg kort is. In Utrecht worden de ouders langer en vaker aan het woord gelaten dan in Amsterdam. De kinderrechters passen op een goede wijze de gesprekstechnieken toe en er is een correcte bejegening in beide rechtbanken. Conclusie: In beide rechtbanken tracht de kinderrechter het begrip van ouders te vergroten. De kinderrechter toetst minimaal op verbale wijze of ouders begrijpen wat er gezegd wordt. Dit kan mogelijk worden verklaard door het minimale gebruik van vakjargon door de kinderrechters. Bij beide rechtbanken kan door ouders gebruik gemaakt worden van het spreekrecht. Echter, in rechtbank Utrecht hebben ouders gemiddeld meer spreektijd. Kinderrechters maken gebruik van verschillende gesprekstechnieken en algehele bejegening. | |