Show simple item record

dc.rights.licenseCC-BY-NC-ND
dc.contributor.advisorEck, Xander van
dc.contributor.authorAlberts, Hienke
dc.date.accessioned2009-01-05T11:03:13Z
dc.date.available2009-01-05T11:03:13Z
dc.date.issued2007
dc.identifier.urihttps://studenttheses.uu.nl/handle/20.500.12932/9457
dc.description.abstractAl een aantal maanden heerste er onrust in het museale veld. De directeuren van zeven grote kunstmusea (Museum de Pont in Tilburg, Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam, Gemeentemuseum in Den Haag, Kröller-Müller Museum in Otterlo, Centraal Museum in Utrecht, Stedelijk Museum in Amsterdam en het Groninger Museum in Groningen), plaatsten in november 2006 een open brief aan de Mondriaan Stichting. Dit overheidsfonds voor beeldende kunst, vormgeving en cultureel erfgoed bemoeit zich naar hun mening te vaak en te veel met de inhoud van hun beleid. De stichting wordt bovendien beticht van bureaucratie, willekeur en machtsmisbruik. Zo zijn de zeven musea sinds lange tijd ontevreden over de werkwijze en beoordelingen bij het subsidiëren van museale aankopen. Volgens hen volgt de Mondriaan Stichting hierin haar eigen lijn en laat daarbij de feitelijke kennis en de beleidsinhoudelijke verantwoordelijkheid van de kunstinstellingen links liggen. Op deze manier zou de Mondriaan Stichting haar positie gebruiken om beleidsinhoudelijk te sturen naar eigen politiek inzicht en willekeur.3 De stichting beoordeelt de aanvragen voor museale aankopen op basis van collectie- en aankoopplannen en musea ervaren kritiek op deze plannen als betuttelend. Deze mogelijke beleidsinhoudelijke sturing ten aanzien van de vrijheid van het aankoopbeleid van musea, zal in dit onderzoek centraal staan. Dat de Mondriaan Stichting in een bepaalde mate invloed heeft op het beleid van het Centraal Museum is evident. Musea komen pas in aanmerking voor een bijdrage van de Mondriaan Stichting als ze aan bepaalde voorwaarden voldoen en de hoogte van die bijdrage wordt bepaald aan de hand van een aantal criteria. De mate waarin het museum haar eigen beleid inpakt in de wensen van de stichting is een indicatie voor de mate waarin de stichting invloed op het collectie- en aankoopbeleid van het museum heeft of kan hebben. Deze vorm van ‘mooischrijverij’ is niet onlogisch en hoeft ook geen leugen te zijn. Wanneer zo het beleid van het Centraal Museum blijkt te passen in de voorwaarden en criteria van de Mondriaan Stichting, dan kunnen beide partijen tevreden zijn. Het kan echter ook andersom voorkomen. De voorwaarden en criteria van de Mondriaan Stichting kunnen ook in de plannen van het Centraal Museum ‘gedwongen’ worden. Wanneer de stichting bijvoorbeeld van mening is dat het museum zich niet aan de beloofde aankoopplannen heeft gehouden, kan dat effect hebben op de hoogte van de bijdrage en toekomstige subsidies, met als gevolg dat het museum misschien niet genoeg middelen heeft om die aankopen te doen die het had willen doen. Dit zou je ‘controlmanagement’ kunnen noemen. Vanuit dit contrast tussen ‘mooischrijverij’ en ‘controlmanagement’ wordt geprobeerd in de vorm van tien korte conclusies een antwoord te formuleren op de vraag in hoeverre de museale aankoopregeling van de Mondriaan Stichting -ter ondersteuning van structurele aankopen- vanaf 1997 van invloed is geweest op het aankoopbeleid van het Centraal Museum en wat de gevolgen hiervan waren.
dc.description.sponsorshipUtrecht University
dc.language.isonl
dc.titleMooiSchrijverij of ControlManagement. Een onderzoek naar de invloed van de regeling voor structurele aankopen van de Mondriaan Stichting op het collectie- en aankoopbeleid Moderne beeldende kunst van het Centraal Museum vanaf 1997
dc.type.contentMaster Thesis
dc.rights.accessrightsOpen Access
dc.subject.keywordsmuseumbeleid
dc.subject.keywordscollectiebeleid
dc.subject.keywordsmondriaan stichting
dc.subject.keywordsaankoopbeleid
dc.subject.keywordssubsidie
dc.subject.keywordsfonds
dc.subject.courseuuKunstbeleid en -management


Files in this item

Thumbnail

This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record