View Item 
        •   Utrecht University Student Theses Repository Home
        • UU Theses Repository
        • Theses
        • View Item
        •   Utrecht University Student Theses Repository Home
        • UU Theses Repository
        • Theses
        • View Item
        JavaScript is disabled for your browser. Some features of this site may not work without it.

        Browse

        All of UU Student Theses RepositoryBy Issue DateAuthorsTitlesSubjectsThis CollectionBy Issue DateAuthorsTitlesSubjects

        Als het oordeel valt

        Thumbnail
        View/Open
        ScriptieNegatieveInspectieoordelen_SHeinink_SOvermanBVis_DEFV1_27062025.pdf (1.173Mb)
        Publication date
        2025
        Author
        Heinink, Stefan
        Metadata
        Show full item record
        Summary
        In 2025 rapporteerde de Inspectie van het Onderwijs voor het tweede jaar op rij dat meer dan 20 procent van de steekproefsgewijs bezochte scholen een ‘onvoldoende’ of ‘zeer zwak’ scoorde. Dit leidde niet alleen tot media-aandacht, maar hield ook de politiek bezig. Men vroeg zich af of een negatieve beoordeling de problemen waar scholen momenteel mee kampen niet juist vergroten. De Nederlandse onderwijssector wordt immers geconfronteerd met verschillende uitdagingen, waarvan het lerarentekort en de hoge werkdruk wellicht de grootste zijn. Deze problemen zijn het meest prominent aanwezig in het speciaal onderwijs. Daarom is besloten onderzoek te doen naar hoe leerkrachten in die sector een negatief inspectieoordeel emotioneel beleven en op welke manieren zij ermee omgaan. Hiervoor zijn aan de hand van een topiclijst in totaal 25 semigestructureerde interviews gehouden met leerkrachten en leidinggevenden in het speciaal onderwijs. Op basis van de resultaten kan allereerst geconcludeerd worden dat men een negatief inspectieoordeel als een heftige emotionele gebeurtenis ervaart die in korte tijd de status quo op school doorbreekt en veel druk oplevert. Dit roept uiteenlopende emoties op, waarvan de specifieke uitingsvormen afhankelijk zijn van hoe men het oordeel waardeert op basis van diverse appraisal criteria: verwachting, valentie, eerlijkheid, controle en macht en verantwoordelijkheid. Waardeert men het grootste gedeelte hiervan op positieve wijze in relatie tot het oordeel dan worden vormen van ‘verwachtingsvol’, ‘vreugde’ en ‘vertrouwen’ gevonden. Is dat niet het geval dan vindt men onder andere ‘boosheid’, ‘verdriet’ en ‘verrassing’. Een uitzondering is verantwoordelijkheid. Voelt men zich wel verantwoordelijk, dan worden vormen van ‘vertrouwen’ en ‘boosheid’ ervaren en acht men zichzelf niet verantwoordelijk dan komen voornamelijk ‘verwachtingsvol’ en ‘boosheid’ voor. Dit alles heeft vervolgens invloed op hoe men met het oordeel omgaat. Alvorens de dataverzameling en -analyse van start ging zijn drie overkoepelende categorieën (families) van coping in kaart gebracht: acceptatie, vermijding en verzet. Al snel bleek dat de participanten niet toe te schrijven waren aan één enkele coping familie. Men zette meerdere manieren in om het oordeel een plek te geven. Acceptatie kwam met name voort uit een positieve emotionele waardering van het inspectieoordeel en betreft stijlen als ‘actie ondernemen’ en ‘pragmatische acceptatie’. Vermijding was daarentegen het resultaat van een negatieve emotionele waardering van enkele van de appraisal criteria en bevat stijlen als ‘onttrekken’, ‘relativeren’, ‘vingerwijzen’ en ‘distantiëren’. Tot slot was er verzet, wat eveneens vaak werd ingezet op het moment dat men het inspectieoordeel emotioneel gezien op negatieve wijze beoordeelde. Hiertoe behoren stijlen als het ‘delegitimeren van de Inspectie’, ‘niet aanpassen’ en het ‘aangaan van conflicten’. Los van het oordeel bleken echter ook andere factoren van invloed op de emoties en coping stijlen. Ook de directie van een school en de Inspectie zelf bleken volgens de participanten een belangrijke rol te spelen. Beide kunnen zowel als belemmering of als hulpmiddel fungeren. In het eerste geval neemt de kans op ‘accepterende’ manieren van coping toe, in het tweede geval bereikt men juist het tegenovergestelde effect. Om de eventuele negatieve effecten van een negatief inspectieoordeel in de toekomst tegen te gaan zijn voor zowel de directie als de Inspectie 3 aanbevelingen gedaan.
        URI
        https://studenttheses.uu.nl/handle/20.500.12932/50745
        Collections
        • Theses
        Utrecht university logo