Jong in de zorg: gekaderd door generatiestereotypering
Summary
Generatiestereotypering vormt een terugkerend fenomeen binnen de ziekenhuiscontext, waarin jonge zorgprofessionals regelmatig worden geconfronteerd met generaliserende aannames over hun werkhouding, belastbaarheid en bekwaamheid. Deze stereotyperingen beïnvloeden hoe zij worden beoordeeld en behandeld, en werken door in hun werkbeleving. Het onderzoek heeft tot doel te begrijpen hoe jonge zorgprofessionals generatiestereotypering ervaren op maatschappelijk, institutioneel, interpersoonlijk en individueel niveau, en hoe deze ervaringen doorwerken op hun werkbeleving.
Het onderzoek is theoretisch verankerd in diverse theorieën die corresponderen met de niveaus. De Social Representation Theory is gekoppeld aan het maatschappelijke niveau, de Institutional Theory aan het institutionele niveau, de Social Identity Theory aan het interpersoonlijke niveau en de Stereotype Threat Theory aan het individuele niveau. Het Job Demands–Resources model fungeert als overkoepelend raamwerk voor het kleuren van de ervaring en de doorwerking ervan te duiden. Gezamenlijk bieden deze theorieën een geïntegreerd perspectief op generatiestereotypering binnen de ziekenhuiscontext.
Er zijn achttien semigestructureerde interviews en een documentanalyse uitgevoerd onder jonge zorgprofessionals, verpleegkundigen en A(N)IOS (≤35 jaar en maximaal vijf jaar werkervaring), binnen het St. Antonius Ziekenhuis. Daarnaast is binnen het institutionele niveau een aanvullende documentanalyse uitgevoerd van interne (privé) en externe (openbare) documenten die expliciet of impliciet verband hielden met generatiestereotypering en werkbeleving. De data zijn systematisch gecodeerd en thematisch geanalyseerd.
De resultaten laten zien dat generatiestereotypering zich op alle vier de niveaus manifesteert en een onderling versterkend proces vormt. Maatschappelijke narratieven over jonge generaties sijpelen door in institutionele routines en beleidskaders, kleuren interpersoonlijke interacties en raken de individuele professionele identiteit. Negatief ervaren generatiestereotyperingen verhogen de taakeisen (job demands) en hebben daardoor een belastende invloed op de werkbeleving, terwijl positief ervaren generatiestereotyperingen de beschikbare hulpbronnen (job resources) versterken en ondersteunend kunnen werken. Generatiestereotyperingen worden ook als ambivalent ervaren. Ook worden sommige generatiestereotyperingen neutraal ervaren waarmee ze geen duidelijke doorwerking hebben op de werkbeleving. Het onderzoek concludeert dat generatiestereotypering zowel negatieve, positieve als neutrale effecten kan hebben op de werkbeleving van jonge zorgprofessionals.
