De geoorloofdheid van verticale aandeelhoudersovereenkomsten. Een onderzoek naar de verenigbaarheid van bepalingen uit verticale aandeelhoudersovereenkomsten met het vennootschapsrechtsrechtelijke stelsel, in het licht van recente ontwikkelingen in Delaware.
Summary
In dit onderzoek staat de vraag centraal of verticale aandeelhoudersovereenkomsten
verenigbaar zijn met het vennootschapsrechtelijke stelsel, en of extra regulering wenselijk is.
Verticale aandeelhoudersovereenkomsten worden gesloten door een (veelal
groot)aandeelhouder en de vennootschap. Door middel van deze overeenkomst verkrijgt de
aandeelhouder extra macht binnen de vennootschap. Dit kan schuren met
vennootschapsrechtelijke regelgeving. De onderzoeksvraag wordt beantwoord aan de hand van
verticale aandeelhoudersovereenkomsten uit de praktijk. In deze overeenkomsten staan
afspraken over het benoemingsproces, het beperken van de bestuursautonomie en het
bevoorrechten van specifieke aandeelhouders. In Delaware hebben recent juridische
ontwikkelingen plaatsgevonden ten aanzien van de geldigheid van verticale
aandeelhoudersovereenkomsten. Deze ontwikkelingen dienen als vergelijkingsmateriaal en
bieden nieuwe inzichten die gebruikt worden om te bepalen of extra regulering omtrent
verticale aandeelhoudersovereenkomsten ook in Nederland wenselijk is.
In het onderzoek wordt duidelijk dat verschillende afspraken die voortvloeien uit verticale
aandeelhoudersovereenkomsten, aan verschillende wettelijke eisen moeten voldoen. Soms zijn
de grenzen van deze wetten helder, soms dient er een complexe afweging te worden gemaakt
om deze grenzen te bepalen. Bestaande en nieuwe inzichten worden gebruikt om deze afweging
te ontleden. Anders dan in Delaware, speelt het bestuur een grote rol bij deze afweging. Mede
vanwege het ontbreken van objectieve criteria, kan dit de positie van de
minderheidsaandeelhouder in gevaar brengen. De auteur beargumenteert onder andere dat het
implementeren van objectieve criteria onwenselijk is, vanwege de belangrijke rol die het
vennootschapsbelang binnen het vennootschapsrecht speelt. De auteur beveelt de wetgever aan
om aanvullende transparantievereisten ten aanzien van verticale
aandeelhoudersovereenkomsten in de wet op te nemen, zodat de belangen van
minderheidsaandeelhouders beter gewaarborgd worden.
