View Item 
        •   Utrecht University Student Theses Repository Home
        • UU Theses Repository
        • Theses
        • View Item
        •   Utrecht University Student Theses Repository Home
        • UU Theses Repository
        • Theses
        • View Item
        JavaScript is disabled for your browser. Some features of this site may not work without it.

        Browse

        All of UU Student Theses RepositoryBy Issue DateAuthorsTitlesSubjectsThis CollectionBy Issue DateAuthorsTitlesSubjects

        De geoorloofdheid van verticale aandeelhoudersovereenkomsten. Een onderzoek naar de verenigbaarheid van bepalingen uit verticale aandeelhoudersovereenkomsten met het vennootschapsrechtsrechtelijke stelsel, in het licht van recente ontwikkelingen in Delaware.

        Thumbnail
        View/Open
        Scriptie_Master Onderneming en Recht_Baets_def.pdf (869.0Kb)
        Publication date
        2025
        Author
        Baets, Tim
        Metadata
        Show full item record
        Summary
        In dit onderzoek staat de vraag centraal of verticale aandeelhoudersovereenkomsten verenigbaar zijn met het vennootschapsrechtelijke stelsel, en of extra regulering wenselijk is. Verticale aandeelhoudersovereenkomsten worden gesloten door een (veelal groot)aandeelhouder en de vennootschap. Door middel van deze overeenkomst verkrijgt de aandeelhouder extra macht binnen de vennootschap. Dit kan schuren met vennootschapsrechtelijke regelgeving. De onderzoeksvraag wordt beantwoord aan de hand van verticale aandeelhoudersovereenkomsten uit de praktijk. In deze overeenkomsten staan afspraken over het benoemingsproces, het beperken van de bestuursautonomie en het bevoorrechten van specifieke aandeelhouders. In Delaware hebben recent juridische ontwikkelingen plaatsgevonden ten aanzien van de geldigheid van verticale aandeelhoudersovereenkomsten. Deze ontwikkelingen dienen als vergelijkingsmateriaal en bieden nieuwe inzichten die gebruikt worden om te bepalen of extra regulering omtrent verticale aandeelhoudersovereenkomsten ook in Nederland wenselijk is. In het onderzoek wordt duidelijk dat verschillende afspraken die voortvloeien uit verticale aandeelhoudersovereenkomsten, aan verschillende wettelijke eisen moeten voldoen. Soms zijn de grenzen van deze wetten helder, soms dient er een complexe afweging te worden gemaakt om deze grenzen te bepalen. Bestaande en nieuwe inzichten worden gebruikt om deze afweging te ontleden. Anders dan in Delaware, speelt het bestuur een grote rol bij deze afweging. Mede vanwege het ontbreken van objectieve criteria, kan dit de positie van de minderheidsaandeelhouder in gevaar brengen. De auteur beargumenteert onder andere dat het implementeren van objectieve criteria onwenselijk is, vanwege de belangrijke rol die het vennootschapsbelang binnen het vennootschapsrecht speelt. De auteur beveelt de wetgever aan om aanvullende transparantievereisten ten aanzien van verticale aandeelhoudersovereenkomsten in de wet op te nemen, zodat de belangen van minderheidsaandeelhouders beter gewaarborgd worden.
        URI
        https://studenttheses.uu.nl/handle/20.500.12932/50659
        Collections
        • Theses
        Utrecht university logo