Show simple item record

dc.rights.licenseCC-BY-NC-ND
dc.contributor.advisorHaan, Dorian de
dc.contributor.advisorBoom, Jan
dc.contributor.authorSabee, E.L.
dc.date.accessioned2008-10-08T17:07:06Z
dc.date.available2008-10-08
dc.date.available2008-10-08T17:07:06Z
dc.date.issued2008
dc.identifier.urihttps://studenttheses.uu.nl/handle/20.500.12932/1995
dc.description.abstractNu de laatste tien jaar het aantal kinderen in de kinderopvang flink is gestegen, is het van belang naast de kwaliteit van zorg, ook de pedagogische kwaliteit te waarborgen. De pedagogische kwaliteit bestaat voor een belangrijk deel uit het taalgebruik in brede zin van de leidsters in interactie met de kinderen. Stimulerend taalgebruik bevordert de taalontwikkeling van de kinderen en blijkt een voorspeller van latere ‘geletterdheid’. Dit is gebaseerd op de studie van Dickinson en Tabors en het concept ‘de zone van naaste ontwikkeling’ van Vygotsky. Deze studie is bedoeld om een beeld te krijgen van het non-present talk taalgebruik van leidsters, dat is het taalgebruik over dingen buiten het hier en nu zoals gebeurtenissen uit het verleden, gevoelens en fantasieverhaaltjes. De dataverzameling heeft plaatsgevonden bij 15 leidsters op vier kinderdagverblijven. Er zijn video-opnames gemaakt tijdens de lunch omdat uit eerder onderzoek bleek dat leidsters op dat moment de tijd en ruimte hebben om gesprekjes aan te gaan. De opnames zijn getranscribeerd en geanalyseerd met het software programma Childes. De algemene vraagstelling was ‘Wat is de pedagogische kwaliteit van de interactie tussen leidsters en kinderen tijdens de maaltijden op het kinderdagverblijf?’. Hierbij is onderzocht; de mate waarin en de manier waarop non-present talk gesprekjes plaatsvinden, het onderwerp van gesprek en de samenhang tussen het aantal non-present talk uitingen en het aantal jaar ervaring van de leidster en het opleidingsniveau van ouders. Het blijkt dat de mate waarin en de manier waarop non-present talk wordt gebruikt erg verschilt tussen leidsters, dat leidsters weinig over het verleden en de toekomst praten en dat er een samenhang bestaat tussen het aantal jaar ervaring van de leidster en het aantal non-present talk uitingen. Deze resultaten leiden tot de conclusie dat leidsters verschillen in hun omgangsstijl met kinderen. Leidsters maken gebruik van non-present talk, maar er lijkt zeker ruimte voor verbetering. Het is van belang dat leidsters hun rol bij de taalontwikkeling van kinderen leren kennen en dat hen handvatten worden aangereikt voor het gebruik van non-present talk.
dc.description.sponsorshipUtrecht University
dc.format.extent537642 bytes
dc.format.mimetypeapplication/pdf
dc.language.isonl
dc.titleDe pedagogische kwaliteit van gesprekken tijdens de lunch in de kinderopvang.
dc.type.contentMaster Thesis
dc.rights.accessrightsOpen Access
dc.subject.keywordsPedagogische kwaliteit
dc.subject.keywordsnon-present talk
dc.subject.keywordskinderdagverblijf
dc.subject.keywordsleidsters
dc.subject.courseuuKinder- en jeugdpsychologie


Files in this item

Thumbnail

This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record