Show simple item record

dc.rights.licenseCC-BY-NC-ND
dc.contributor.advisorKoole, Tom
dc.contributor.authorVuurst de Vries, Niels van der
dc.date.accessioned2009-01-08T08:47:36Z
dc.date.available2009-01-08T08:47:36Z
dc.date.issued2008
dc.identifier.urihttps://studenttheses.uu.nl/handle/20.500.12932/1610
dc.description.abstractIn deze scriptie is onderzoek gedaan naar 2 leerjaren van het UniC in Utrecht. Getracht is een antwoord te vinden op de vraag in hoeverre leerlingen vorderingen maken met betrekking tot samenwerkend leren gedurende hun verblijf op UniC en in hoeverre deze vorderingen aansluiten bij de speerpunten (GIPS) van UniC en de bijbehorende literatuur voor de praktijk. Dit om zowel de leerling als de docent enkele handvatten aan te reiken die hen kan helpen de samenwerkingsvaardigheden te beoordelen en - waar nodig - te verbeteren. Ook de leerlingen zelf kunnen van deze handvatten gebruik maken. Hiermee zullen zij namelijk in staat zijn hun eigen samenwerkingsvaardigheden te beoordelen. Gezien het didactische en pedagogische karakter van het onderzoeksmateriaal speelt de theorie rond Coöperatief leren een grote rol. Met name het praktijkboek Samenwerkend leren van Ebbens, Ettekoven & Van Rooijen (1997) en het G.I.P.S. model van Kagan (2003) boden de mogelijkheid de analyses in het onderzoek in het juiste kader te plaatsen. Aan de andere kant van het spectrum is vooral gebruikt gemaakt van een theorie rond de conversatie analyse, waardoor duidelijk wordt hoe gespreksdeelnemers interactie geordend laten verlopen. Bij de Utrechtse middelbare school UniC zijn audio- en video-opnames gemaakt van de zogeheten maatjescirkels in leerjaar 1 en 3. De transcripten van deze opnames boden de mogelijkheid op elk gewenst niveau de samenwerking te analyseren. Om de 2 leerjaren te met elkaar te kunnen vergelijken was het noodzakelijk om de analyses op bepaalde punten te kwantificeren. De interactie is op drie gebieden onderzocht. 1) Hoe komen de leerlingen aan de beurt; 2) Hoelang blijven de leerlingen aan de beurt en 3) Wat doen de leerlingen met de beurt. Uit de analyses is gebleken dat ‘zelfselectie’ veruit de meest gehanteerde techniek is om de beurt te krijgen. In leerjaar 1 werd dit significant vaker gebruikt dan in leerjaar 3. Echter, in leerjaar 3 werd significant vaker gebruik gemaakt van ‘huidige-kiest-volgende’. Ook bleken de leerlingen in leerjaar 3 elkaar significant minder in de rede te vallen dan in leerjaar 1. Dit kan beide als positief worden bestempeld. Uit de andere analyses is gebleken dat zowel kwalitatief als kwantitatief geen sprake is van Gelijke Deelname. De leerlingen die veruit het meest aan het woord zijn, blijken ook veruit de meeste voorstellen te doen. Wel is het zo dat de leerlingen in leerjaar 3 naar verhouding ongeveer evenveel voorstellen doen. In leerjaar 1 was dit niet het geval. Hieruit kan worden opgemaakt dat de Individuele Aanspreekbaarheid laag is en dat het besef van Positieve Wederzijdse Afhankelijkheid afwezig is. De discussie die hieraan gekoppeld kan worden is in hoeverre de MC’s te groot zijn. De praktijkliteratuur geeft aan dat de ideale groepsgrootte 3 leerlingen is, terwijl de maatjescirkels op UniC uit 4 of 5 leerlingen bestaat. De scriptie besluit met enkele aanbevelingen voor vervolgonderzoek en de praktijksituatie.
dc.description.sponsorshipUtrecht University
dc.language.isonl
dc.title"There is nothing magical about learning in a group"; Een kwalitatieve en kwantitatieve vergelijking tussen 2 leerjaren
dc.type.contentMaster Thesis
dc.rights.accessrightsOpen Access
dc.subject.keywordssamenwerkend leren
dc.subject.keywordscooperative learning
dc.subject.courseuuCommunicatiestudies


Files in this item

Thumbnail

This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record